Geluid > Geluidsanering > 

Meerjarenprogramma geluidsanering

De Rijksoverheid blijft saneren, maar er gaat iets veranderen, namelijk het proces. Dit wordt geregeld in een nieuwe geluidwet die naar verwachting 1 januari 2012 in werking zal treden. Onderdeel daarvan is een nieuwe saneringsoperatie voor rijks- en spoorwegen: het Meerjarenprogramma geluid (MJPG). De verantwoordelijkheid hiervoor ligt geheel bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). De uitvoering verschuift van Bureau Sanering Verkeerslawaai naar Rijkswaterstaat (RWS) voor rijkswegen en ProRail voor spoorwegen.

IenM heeft ProRail en RWS gevraagd de saneringsoperatie uit te voeren zodat het treffen van de geluidsmaatregelen beter afgestemd kan worden met het beheer van de (spoor)wegen. Dat levert onder andere een kostenvoordelen op.

De proceswijziging verandert formeel gezien zodra de nieuwe wet in werking is getreden, volgens planning op 1 januari 2012. De huidige Wet geluidhinder wordt gewijzigd in nieuwe wet- en regelgeving, het zogenaamde “Swung 1”, een samenbundeling van alle regelgeving op het terrein van beperking van geluidsoverlast door verkeer. Daarmee krijgen RWS en ProRail de wettelijke plicht om een landelijk saneringsprogramma uit te voeren. Op dit moment bereiden RWS en ProRail zich voor op hun taak. De veranderingen gelden overigens alleen voor rijkswegen en hoofdspoorwegen. Voor gemeentelijke en provinciale wegen verandert er voor gemeenten niets. Gemeenten blijven wel zelf verantwoordelijk voor de sanering van gemeentelijke wegen. Hiervoor blijft BSV het aanspreekpunt.

Voor de Rijksoverheid is geluidhinder een serieuze zaak, op dit moment ondervinden circa 1 miljoen Nederlanders hinder door geluid van weg- en spoorverkeer. Vermindering van het geluid door verkeer is dus een belangrijk onderdeel van het rijksbeleid en de nieuwe geluidwet.

Voor de gemeenten betekent dit dat zij geen verzoek meer kunnen indienen bij BSV voor geluidsanering van rijkswegen en hoofdspoorwegen. RWS en ProRail stellen saneringsplannen op en zullen gemeenten, op termijn, proactief benaderen op basis van concreet locatiespecifiek akoestisch onderzoek. Hieruit wordt duidelijk op welke locaties maatregelen benodigd zijn. De nieuwe regels hebben voor gemeenten als voordeel dat zij de zekerheid krijgen van een bovengrens voor de geluidproductie waar zij rekening mee kunnen houden bij woningbouwplannen en hun lokale geluidbeleid. De minister van Infrastructuur en Milieu stelt de saneringsplannen, inclusief de uitvoeringstermijn, vast.

De projecten die door BSV zijn gestart, worden door BSV afgemaakt. Zie voor deze projecten www.bsv.nu. Alle overige geluidknelpunten worden aankomende jaren door RWS en/of ProRail aangepakt.  De geluidsmaatregelen worden gefinancierd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.