Geluid
Treinverkeer produceert geluid. De sterkte van het geluid hangt af van het treintype, het spoorbaantype en de snelheid van de trein. De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor de wetgeving op het gebied van geluid door treinverkeer, en voor de handhaving ervan. In de Wet milieubeheer is sinds 1 juli 2012 geregeld dat geluid door treinverkeer jaarlijks binnen vastgestelde geluidproductieplafonds (gpp’s) blijft. Deze wet bepaalt ook de rekenmethode waarmee de geluidproductie van spoorverkeer wordt berekend. De gpp’s en de onderliggende rekengegevens staan in het Geluidregister. Gpp’s gelden voor doorgaand treinverkeer op hoofdspoorwegen. ProRail is als beheerder van het spoor verantwoordelijk voor de naleving van de gpp’s in de praktijk.
Berekening nieuwe geluidproductieplafonds (gpp’s)
ProRail is de enige partij die volgens de wet nieuwe waarden voor gpp’s mag berekenen bij wijzigingen aan en langs het spoor. ProRail heeft een loket waar initiatiefnemers van spoorprojecten in het kader van de gpp-wijzigingsprocedure nieuwe gpp-waarden kunnen laten uitrekenen. De besluitvorming erover is, net als de procedurele afhandeling en publicatie van gewijzigde gpp’s, een taak van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Gpp als richtlijn voor ruimtelijke ontwikkeling langs het spoor
Als een gemeente of projectontwikkelaar langs het spoor bijvoorbeeld woningen wil bouwen, moet rekening worden gehouden met de geluidruimte die het spoor er mag benutten. Een gemeente kan plafondverlaging aanvragen bij de Minister van IenM als spoorgeluid voor langere tijd onder gpp-waarden blijft. ProRail moet in dat geval als belanghebbende bij de plannen worden betrokken.
Voor
emplacementen gelden andere geluidnormen.
Meer weten?
Bestuurders van overheden, zoals spoorgemeenten en provincies, kunnen voor vragen over spoorgerelateerde zaken in hun regio terecht bij de accountdirecteur en de managers Public Affairs. Ga naar de contactgegevens