Locaties op het landelijke spoornetwerk – waar relatief veel zelfdoding voorkomt –worden geselecteerd voor deelname aan het project. Dit gebeurt op basis van gegevens van de afgelo-pen jaren. Er wordt een effectonderzoek gestart om te bepalen of de toegepaste maatregelen hebben geleid tot een significante afname van het aantal treinzelfdodingen.
Experimentele maatregelen
Naast voorlichting aan (hulpverleners van) potentiële zelfdoders of het plaatsen van hekken langs het spoor, behoren ook meer experimentele maatregelen tot de mogelijkheden. De cen-trale gedachte is hoe meer hindernissen een potentieel suïcidaal persoon tegenkomt bij een poging, hoe groter de kans is dat diegene uiteindelijk van de poging af zal zien. Internationaal wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dit het geval is.
Achtergrond
Nederland kent 180 treinzelfdodingen van de gemiddeld in totaal 1500 per jaar. ProRail en NS zien, naast de effecten die een treinzelfdoding heeft op machinisten en op het treinverkeer, het als hun verantwoordelijkheid een bijdrage te leveren aan de preventie van zelfdoding. De Ivonne van de Ven Stichting zet zich in voor verbetering van suïcidepreventie en het bevorde-ren van wetenschappelijk onderzoek naar zelfdoding. Het door de stichting opgestelde Natio-nale Actieplan Suïcidepreventie doet hier concrete voorstellen voor. Voor het project heeft de stichting een subsidie van 25.000 euro ontvangen van het Stimuleringsfonds Openbare Gezondheidszorg. ProRail ondersteunt het project eveneens met 25.000 euro, NS draagt 10.000 euro bij. Deskundigen (waaronder Ad Kerkhof, hoogleraar klinische psychologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam), adviseren het project en begeleiden de wetenschappelijke aanpak.