Toptechniek
Om treinen met een topsnelheid van 300 km/uur over het Nederlandse spoor te kunnen laten rijden, is hoogwaardige techniek nodig, met name op gebied van de fundering van het spoor, de beveiliging en de stroomvoorziening. Voor de Hogesnelheidslijn (HSL) zijn op zich weinig nieuwe technieken ontwikkeld, maar wel op grote schaal bestaande technieken geoptimaliseerd en gecombineerd tot een innovatief geheel.

Eén van de belangrijkste aspecten, de veiligheid van het vervoersysteem, is integraal meegenomen in alle fasen van project, van ontwerp via bouw naar oplevering. De manier waarop de HSL in samenspraak met alle betrokken partijen is ingepast in het landschap, het samenspel van technieken en de brede samenwerking tussen overheid en private partijen maakt het project/vervoersysteem HSL vooruitstrevend.
Geavanceerde techniek
De HSL is zo aangelegd dat de kans op ontsporingen en aanrijdingen zoveel mogelijk is beperkt. Uiterst geavanceerde beveiligingstechnieken, een nieuwe besturingsvorm, een zwaarder energievoorzieningssysteem (25kV) en het speciaal voor spoorwegtoepassingen ontwikkelde communicatiesysteem leveren een grote bijdrage aan deze veiligheid.
Innovatieve systemen
ERTMS/ETCS (European Rail Traffic Management System/European Train Control System) zorgt voor de treinbeveiliging op de HSL. Met deze nieuwe Europese standaard loopt de HSL vooruit op Europese wet- en regelgeving en ontwikkelingen.
Uitgekiend ontwerp
Een aantal bijzondere aspecten van de vormgeving van de HSL maakt snelheden tot 300 kilometer per uur mogelijk:
- Zettingsvrije plaat: de betonnen ondergrond van de rails is zo stabiel, horizontaal en recht mogelijk gemaakt;
- Zo min mogelijk bochten en wissels en uitsluitend flauwe bochten indien noodzakelijk;
- Uitsluitend ongelijkvloerse kruisingen;
- Ontsporingsgeleiding: indien een hogesnelheidstrein dreigt te ontsporen houdt een geleider de trein in de baan waardoor ontsporen vrijwel uitgesloten is;
- Afscherming van de omgeving door geluidsschermen, hekken en brede sloten waardoor mensen en dieren niet op het spoor komen;
- Afscherming van de viaducten met hekken;
- Tunnels die voldoen aan strenge EU-regelgeving en nog strengere Nederlandse regelgeving: voldoende vluchtwegen, ruime vluchttijden, voorzieningen voor hulpverleners en gescheiden tunnelbuizen;
- Rhedaspoor. Bij dit zogenoemd ballastloos spoor worden rails en dwarsliggers niet op een ondergrond van stenen gelegd zoals bij het reguliere spoor, maar verankerd in betonplaten. Deze voor Nederland unieke aanleg biedt voordelen als: zeer sterk spoorsysteem met een lange levensduur en gering onderhoud.
Foto: Projectorganisatie HSL-Zuid / Ton Poortvliet