IJzeren Rijn
Het Nederlandse deel van de IJzeren Rijn, dat Antwerpen met het Duitse Ruhrgebied verbindt, is 48 kilometer lang en loopt van de Belgische grens via Budel, Weert en Roermond naar Vlodrop en de Duitse grens. Het gedeelte van de Belgische grens tot Roermond is sinds jaar en dag open en in gebruik door treinen, het deel van Roermond tot de Duitse grens bij Vlodrop is sinds 1991 niet meer gebruikt.
Door toename van het goederenvervoer van de Antwerpse haven naar het Duitse achterland heeft Belgie in 1999 Nederland gevraagd de IJzeren Rijn weer in gebruik te nemen. De huidige Montzenroute is circa 50 kilometer langer dan de IJzeren Rijn en bevat een aantal steile hellingen dat het moeilijk maakt om met langere en zware treinen te rijden. Nederland heeft positief gereageerd, maar stelde wel een aantal eisen: modernisering van de spoorlijn op Nederlands grondgebied, zodat het gebruik mogelijk wordt binnen de (milieu)normen die daarvoor momenteel in Nederland gehanteerd worden. Dit geldt eveneens voor de ruimtelijke inpassing van de spoorlijn. Hiervoor doorloopt het project de Tracéwet/m.e.r-procedure.
In 2001 is de Trajectnota/MER (Milieu Effect Rapport) afgerond en gepubliceerd. Nederland en België zijn het niet eens geworden over de hoogte van de kosten en de kostenverdeling en hebben eind 2002 besloten het geschil te laten beslechten door het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag. 24 Mei 2005 heeft het Arbitragetribunaal van het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag zijn bindende uitspraak gedaan.
Gevolg van de uitspraak van het Arbitragetribunaal was dat het ontwerp en de kostenraming geactualiseerd moesten worden. ProRail heeft samen met Infrabel (de Belgische spoorinframanager) daaraan gewerkt. Tevens is er een gezamenlijke
Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MBKA) opgesteld. Op basis van deze actualisatie van alle projectinformatie (gereed in maart 2009) heeft een door de Belgische en Nederlandse ministers ingestelde Commissie van Onafhankelijke Deskundigen (de COD) in april 2009 een vertrouwelijk advies aan de beide verkeersministers gegeven met daarbij een voorstel voor de kostenverdeling tussen beide landen, gebaseerd op de bindende uitspraak van het Arbitragetribunaal. De vervolgstap in dit proces is een overleg op ministerieel niveau om tot afspraken tussen de landen te komen over de uitvoering van het project en de kostenverdeling. De initiatiefnemer voor het reactiveren van de IJzeren Rijn, de Belgische Regering, heeft tot op heden (juni 2010) een dergelijk overleg niet opgestart. Het project zit dus "in de wachtkamer".