Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
|
Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) en ProRail werken de komende jaren aan de realisatie van hoogfrequent spoorvervoer. Op de druktste trajecten moeten reizigers uiterlijk in 2020 elke 10 minuten kunnen opstappen op een intercity of een sprinter. Op deze trajecten moeten elk uur zes intercity’s en twee tot zes sprinters gaan rijden.
Dit vraagt aanpassingen aan sporen, seinen en wissels. Ook stations worden aangepast. Er komen meer fietsstallingen en de perrons worden aangepast aan langere treinen.
|
Meer informatie
Over de volgende trajecten is meer informatie beschikbaar:
|
|

Het gaat om de trajecten:
Door hoogfrequent spoorvervoer kunnen reizigers de trein nemen zonder hun reis vooraf te plannen. Met dit reizen zonder spoorboekje en met extra ruimte voor het goederenvervoer over het spoor worden steden, bedrijven en knooppunten ook beter bereikbaar.
Om de personentreinen meer als metro’s te laten rijden, moet ook het groeiende goederenvervoer worden aangepast. De goederentreinen gaan vooral rijden over de Betuweroute en langs de goederenroute Oost-Nederland en Zuid-Nederland.
Wanneer treinen frequenter rijden, kan dit leiden tot meer overlast voor omwonenden van het spoor. Waar nodig nemen wij maatregelen tegen geluidsoverlast en trillingen. Ook krijgen de bereikbaarheid en veiligheid rond overwegen extra aandacht.
Hoogfrequent spoorvervoer is mogelijk door een pakket van maatregelen uit te voeren. Deze maatregelen zijn op hoofdlijnen opgenomen in de Voorkeursbeslissing van het kabinet van juni 2010.