Vervoerders > Capaciteitsverdeling > 

Besturing en bijsturing

Stremmingen

Ook bij incidenten, verstoringen en calamiteiten streeft ProRail ernaar treinverkeer zo soepel mogelijk te laten verlopen of zo snel mogelijk weer op gang te brengen. Verstoringen of incidenten hebben vaak maar kleine gevolgen. Van een calamiteit is pas sprake als het treinverkeer op een traject langer dan een half uur verstoord is en treinen minstens vijf minuten vertraging oplopen. In dat geval komt ProRail Incidentmanagement in actie. Daarin werken alle betrokken partijen samen om de calamiteit zo snel en efficiënt mogelijk op te lossen.
 
ProRail coördineert het herstelproces. Dat proces is gericht op het weer beschikbaar stellen van de infrabeschikbaarheid. Meestal volgen we daarbij Trein Incident Scenario's (TIS). Dit zijn een soort draaiboeken geschreven voor verschillende soorten calamiteiten. Een TIS geeft aan wie gewaarschuwd moet worden en wat de prognose is en de afhandeling van de calamiteit.

Vervoerders kunnen niet alleen hinder ondervinden van incidenten op het Nederlandse spoorwegnet. Ook internationale stremmingen zorgen voor overlast. Denk aan stakingen in het buitenland waardoor goederentreinen te laat arriveren op hun bestemming in Nederland. ProRail en andere Europese inframanagers zoeken elkaar steeds meer op om informatie uit te wisselen over de treinenloop op internationale corridors.

Bijsturing

Door vertragingen, verstoringen en versperringen verloopt de afhandeling van treinverkeer niet elke dag hetzelfde. Verstoringen op het spoor worden afgehandeld met afhandelingstrategieën. Deze zijn opgesteld samen met vervoerders. Bij onregelmatigheden moet ProRail samen met hen snel tot een alternatieve afhandeling van het treinverkeer komen. Zo blijven gevolgen voor treinverkeer tot een minimum beperkt.

Er zijn verschillende afhandelingstrategieën:

  • Versperringsmaatregelen
    Maatregelen om te zorgen dat een versperring zo goed mogelijk wordt geïsoleerd. Zo wordt een sneeuwbaleffect, waarbij een groter deel van het spoorsysteem hinder ondervindt van de storing, voorkomen. Versperringsmaatregelen worden ingezet bij voorziene en onvoorziene buitengebruikstellingen van één of meerdere sporen,vrije baan of een heel emplacement. 
  • Gebruik maken van treinafhandelingsdocumenten (TAD's)
    TAD's worden door zowel landelijke als regionale vervoerders gemaakt en door ProRail Verkeersleiding gecontroleerd. In deze documenten staan per station vermeld wat de laatste aansluitingen zijn en welke treinen op reizigers wachten. Goederentreinen staan erin vermeld met het tijdstip tot wanneer ze recht behouden op een eigen pad. Ook ontkoppelmaatregelen die worden afgekondigd in de eerste fase van een versperring (knoop) staan vermeld in de TAD. In deze fase regelen treindienstleiders en knooppuntcontrollers de overgang van het bestaande plan naar de te kiezen afhandelingstrategie. De treindienstleider keert de treinen op vooraf vastgestelde ontkoppelpunten. De maatregelen zorgen onder meer dat treinen niet meer worden toegelaten op het getroffen traject dat daardoor niet meer kan 'vollopen'.
    Het is een gedelegeerde bevoegdheid van de treindienstleider van de decentrale verkeersleiding om de TAD toe te passen. De TAD geeft aan de treindienstleider de kaders waarbinnen de vertraging op de knoop wordt bijgestuurd zonder olievlekwerking te veroorzaken. De TAD geeft de volgorde weer waarin de treindienstleider treinen naar de vrije baan leidt.
  • Landelijke afhandelingen (specifiek voor NS)
    Regionale Ontkoppeling Dienstregeling (ROD): Hierbij wordt de dienstregeling op knooppunten binnen een regio planmatig ontkoppeld om bij vertragingen olievlekwerking in het landelijke vervoersproces te voorkomen. Er zijn vier regio’s waarvoor een ROD kan gelden: west, noordoost, zuid en oost.
    Landelijke Uitdunning Dienstregeling (LUD): De dienstregeling van NS wordt landelijk uitgedund volgens een vooraf vastgesteld plan. Hiermee moet filevorming en vastlopen van treinverkeer worden voorkomen. De LUD kent drie niveaus: 1. NS rijdt op de meeste trajecten in de Randstad minder Sprinters. Intercity’s rijden bijna overal zoals gebruikelijk. 2. NS rijdt op de meeste trajecten minder Intercity’s en op doordeweekse dagen minder Sprinters. 3. NS rijdt veel minder treinen dan tijdens de reguliere dienstregeling. Er worden zo min mogelijk wissels gebruik om wisselstoringen te voorkomen. Reizigers moeten in dit geval rekening houden met vaker overstappen en een veel langere reistijd.
  • Laatste aansluitingen van de dag 
    Dit zijn gegarandeerde overstappen op de laatste treinen van de dag. Deze maatregel is op een beperkt aantal stations van kracht.