Weersinvloeden op het spoor
Spoorspatting, vierkante wielen, vastgevroren wissels, blikseminslag. Ieder seizoen kan voor extreme weersomstandigheden en de bijbehorende problemen zorgen. Door tijdig maatregelen te treffen, weet ProRail de overlast voor reizigers en vervoerders tot een minimum te bepreken en de veiligheid en betrouwbaarheid van het spoor te bevorderen.
In dit dossier is allerlei informatie te vinden over de maatregelen die ProRail neemt tegen de verschillende weersomstandigheden.
ProRail beheert het Nederlandse spoorwegnet en zorgt, 365 dagen per jaar, voor voldoende, betrouwbare en veilige railinfrastructuur. Elke dag rijden bijna 5500 reizigerstreinen en ruim driehonderd goederentreinen over het Nederlandse spoorwegnet. Zij vervoeren dagelijks 1,2 miljoen reizigers en honderdduizend ton goederen. Samen maken ze 136 miljoen treinkilometers. ProRail maakt die mobiliteit mogelijk.
Herfstmaatregelen
In de herfst kan gladheid op de rails ontstaan doordat platgereden vochtige bladeren een soort moes worden, die zich als een gladde, koolstoffilm op de spoorstaaf hecht. Roest, condensvorming, luchtvervuiling en algen zijn ook factoren die bijdragen aan gladheid. Hierdoor verliezen treinen grip op de rails. Bij optrekken en remmen op glad spoor kunnen de wielen slippen respectievelijk blokkeren en daardoor gaat de trein schuiven. Dit veroorzaakt schade aan wielen (‘vierkante wielen’) en rails. Machinisten passen snelheid aan bij gladde trajecten, remmen eerder en trekken voorzichtiger op. Dit veroorzaakt vertragingen. Om vertragingen door gladde sporen te voorkomen, neemt ProRail elk najaar een aantal maatregelen.
Lees verder >>
IJzel
Wanneer koude regendruppels (0°C of lager) met een bevroren voorwerp in aanra-king komen, vormt zich een ijslaag. Als deze ijslaag op de draden van de bovenleiding ontstaat, verslechtert het contact met de stroomafnemer van de trein. Dit verslechterde contact kan ervoor zorgen dat de trein onvoldoende stroom krijgt en daardoor moeilijk vooruitkomt of zelfs niet meer kan rijden. Bij een dun ijslaagje rijdt de trein nog wel, maar gaat het boven de trein wel “vonken en spetteren”. Wordt het ijs te dik dan krijgt de trein geen stroom meer en kan de trein niet meer rijden.
Lees verder >>
Factsheets
|
Wisselverwarming
In de herfst en de winter bestaat de kans op (nacht)vorst. In deze seizoenen schakelt ProRail indien nodig de wisselverwarming in. Doel hiervan is de bewegende delen in het wissel vorst- en sneeuwvrij te houden waardoor het wissel ook onder deze weersomstandigheid storingsvrij kan functioneren. In Nederland zijn circa 6.500 van de totaal 8.900 wissels uitgerust met wisselverwarming.
Lees verder >>
Spoorspattingen
Spoorstaven hebben de eigenschap dat ze onder invloed van temperatuursveranderingen willen uitzetten of krimpen. Doordat dit door de constructie wordt verhinderd, ontstaan er bij lage temperaturen trekkrachten en bij hoge temperaturen drukkrachten. Onder invloed van drukkrachten wil het spoor in zijdelingse richting uitbuigen. Indien de spoorconstructie onvoldoende sterk is om deze neiging tot uitbuigen te weerstaan, zal het spoor plotseling meegeven. Deze zijdelingse uitbuiging wordt spoorspatting genoemd. Bij spoorspatting is het spoor onbegaanbaar geworden.
Lees verder >>
|