Landelijke Praktijkproef Gedifferentieerd Rijden

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en ProRail werken samen aan een goede balans tussen meer treinen op het spoor en de leefbaarheid voor omwonenden van het spoor. Vervoer per spoor is duurzaam. Door dit te stimuleren dragen we bij aan de klimaatdoelstellingen. De andere kant van deze medaille is dat ruim 2 miljoen mensen langs het spoor wonen. Een deel van deze groep ervaart overlast en schade, bijvoorbeeld door trillingen.
Praktijkproef Gedifferentieerd Rijden

Leefbaar

Het aantal klachten van omwonenden hierover is de afgelopen jaren toegenomen. Bewoners hebben door de verwachte toename van het aantal treinen, ook zorgen over de leefbaarheid nu en in de toekomst. Bewoners hebben door de verwachte toename van het aantal treinen, ook zorgen over de leefbaarheid nu en in de toekomst.

De mogelijkheden van de overheid en de spoorbranche om trillingsoverlast aan te pakken zijn op dit moment beperkt. Er zijn weinig maatregelen tegen overlast door trillingen die voldoende effectief zijn. Er is weinig kennis over het ontstaan van de effecten en er zijn geen wettelijke normen. Daarom heeft ProRail afgelopen zomer, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), een innovatie-agenda opgesteld. Aan de hand hiervan doen we onderzoek naar het ontstaan van trillingen. Ook onderzoeken we de effecten van mogelijke maatregelen en zoeken we naar innovatieve oplossingen. Naast de innovatie-agenda maakt de Praktijkproef Gedifferentieerd Rijden deel uit van de beleidsintensivering op het thema spoortrillingen van het ministerie.

Onderzoek

Naar aanleiding van klachten van bewoners in ‘s-Hertogenbosch en Vught heeft de staatssecretaris van IenW in juli 2019 aan ProRail opdracht gegeven om op de A2-corridor, op het tracé Meteren-Boxtel, een onderzoek uit te voeren. Deze metingen moeten inzicht geven welk effect het in de nacht langzamer rijden door goederentreinen heeft op trillingen, welk effect dit heeft op de woningen langs dit spoor en welke economische gevolgen dit heeft voor de goederenvervoerders.

De uitkomsten van de Praktijkproef worden betrokken bij de ontwikkeling van een generiek afwegingskader voor de aanpak van trillingen. Hierin wordt zichtbaar wat de kosten en baten zijn van langzamer rijden van goederentreinen in de nacht vanuit verschillende invalshoeken: de omgeving, de vervoerders, de verladers en de beheerder van het spoor. Ook blijkt hieruit welke informatie per locatie specifiek moet worden uitgezocht.

Onderdelen

De Praktijkproef vindt plaats tussen Meteren-Boxtel en het onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen. Zo wordt gemeten wat het effect is van langzamer rijden op trillingen, vindt er nader onderzoek plaats naar de economische consequenties voor het spoorgoederenvervoer en wordt uitgezocht wat langzamer rijden betekent voor het onderhoudsrooster en de capaciteit op het spoor. Ook worden de juridische mogelijkheden in beeld gebracht.

Meetfase

De meetfase van de Praktijkproef, die plaatsvindt tussen 23 december en medio februari, bestaat uit twee onderdelen:

  • Langzamer rijden in de nacht door goederentreinen. Een aantal goederentreinen zal in de nacht met aangepaste snelheid (60 kilometer per uur) over het traject Meteren – Boxtel rijden. De resultaten worden vergeleken met goederentreinen met reguliere snelheden van 80 tot 95 km/u. Deze validatieritten starten in de nacht van 23 op 24 december en duren een tot twee maanden. Het beoogde aantal is dertig ritten.
  • Eén speciale testtrein, samengesteld uit goederenwagons met verschillende aslasten, rijdt gecontroleerd met 40, 60 en 95 km/h. De meettrein rijdt twee of drie nachten in januari op het tracé.

De Praktijkproef Gedifferentieerd Rijden is een samenwerking van het ministerie van IenW, Prorail, goederenvervoerders, omwonenden langs het spoor, NS, spooraannemers, gemeenten, provincies en diverse onderzoeksbureaus. De verwachting is dat omwonenden geen extra hinder ondervinden van de Praktijkproef.

Methode

Van alle ritten worden op 25 meter afstand de trillingsniveaus gemeten op meerdere locaties tussen Meteren en Boxtel. Gewerkt wordt met gevoelige versnellingsopnemers die in de grond geplaatst zijn. De snelheid wordt met camera’s vastgelegd. Alle meetpunten worden op dezelfde wijze ingericht, om de onderlinge vergelijkbaarheid mogelijk te maken.

De onderzoeksbureaus werken de gegenereerde data uit en vatten de resultaten in een rapport samen. Dit rapport wordt gedeeld met het ministerie. De eindconclusies worden medio 2020 besproken met alle betrokken stakeholders. Daarna presenteert het ministerie van IenW het eindresultaat aan de Tweede Kamer.

Contact

Heb je een vraag of een klacht? Neem dan contact op met onze afdeling Publieksvoorlichting. Zij helpen je graag verder.

Veelgestelde vragen

We hebben de belangrijkste vragen en antwoorden over deze praktijkproef op een rij gezet. Bekijk ze hier.

Kamerbrief

Lees hier de brief van de staatssecretaris van IenW aan de Tweede Kamer over dit onderwerp.