Vervolg m.e.r.-procedure uitgesteld tot in ieder geval 2020

De Goederenroute Oost-Nederland wordt pas gerealiseerd als die vanuit gebrek aan capaciteit op de bestaande routes noodzakelijk is. Volgens de nieuwste economische verwachtingen is de groei van het goederenvervoer per spoor lager dan eerder verwacht. Daardoor is er tot na 2030 voldoende capaciteit op de bestaande routes, met name via de Betuweroute.

Verwachte aantallen goederentreinen

In het MER 1e fase PHS-GON is bij het bepalen van de milieueffecten en de benodigde omgevingsmaatregelen gerekend met het hoge economische scenario. Hierbij is rekening gehouden met de komst van 36 extra goederentreinen per etmaal in beide richtingen samen. Mede op basis van de daadwerkelijke ontwikkelingen van de groei van het goederenvervoer in de afgelopen jaren, heeft TNO recent opnieuw naar de verwachtingen van de groei van het goederenvervoer per spoor gekeken. TNO concludeert dat het hoge economische scenario voor 2030 niet waarschijnlijk is.

In het midden- en lage scenario is een PHS Goederenroute Oost-Nederland tot in elk geval 2030 niet noodzakelijk. Voor de goederentreinen tussen Rotterdam en Noord- en Oost-Europa is de intentie dat het overgrote deel, gezien de bestemming in het buitenland, kan worden afgewikkeld via de voorkeursroute Betuweroute.

Project opgeschort

Over de planning van het project Goederenroute Oost-Nederland heeft de staatssecretaris daarom besloten “om het vervolg, de MER 2e fase, op te schorten tot in ieder geval het jaar 2020”. De ontwikkeling van het goederenvervoer per spoor "zal de komende jaren worden gemonitord via de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) die minimaal elke drie jaar wordt uitgevoerd. Indien de uitkomsten daartoe aanleiding geven zal eerder dan in 2020 worden gestart met de vervolgfase.", aldus de staatssecretaris. 

Het vervolg

Door het opschorten van het lopende onderzoekstraject zal het vervolg van de Tracéwetprocedure (die eindigt met een Ontwerp Tracébesluit) niet eerder dan na 2020 worden gepubliceerd, tenzij de NMCA daartoe een andere aanleiding geeft. De huidige beslissingen over de Goederenroute zijn dan ook zogenaamde “tussenbesluiten” in de lopende Tracéwet- en m.e.r.-procedure. Tegen een tussenbesluit kan geen beroep en bezwaar worden ingediend. Bezwaar en beroep komen aan de orde als een (Ontwerp) Tracébesluit wordt genomen.

Gepubliceerd op