Veelgestelde vragen

Ik heb hinder van het geluid van overwegbellen. Waar kan ik terecht?

Overwegbellen zijn belangrijk voor de veiligheid van voetgangers en fietsers, en moeten daarom goed hoorbaar zijn. Soms kunnen omwonenden het belgeluid als hinderlijk ervaren. Heeft u vragen of klachten over het geluid van de overwegbellen? Neem dan contact op met ons team Publiekscontacten.

Ik heb een vraag of klacht over geluidsoverlast op een emplacement. Waar kan ik terecht?

De geluidsnormen die gelden voor een emplacement, worden vastgesteld door de gemeente (of soms: de provincie). U kunt bij hen terecht met uw vragen. Heeft u een klacht over geluidsoverlast? Neem dan contact op met ons team Publiekscontacten.

Wie bepaalt welke geluidswerende maatregelen worden getroffen?

Dat doet de Rijksoverheid. Zij heeft in de Wet milieubeheer vastgelegd dat waar de wettelijke geluidsproductieplafonds overschreden dreigen te worden, maatregelen genomen moeten worden. Welke maatregelen dat precies zijn, staat in het Meerjarenprogramma Geluidsanering van de Rijksoverheid. Ook wordt er elke vijf jaar een Geluidkaart gemaakt, die per locatie de hoeveelheid geluid aangeeft. Bij de Geluidkaart hoort een Actieplan geluid, met maatregelen om geluidhinder tegen te gaan.

De maatregelen worden uitgevoerd door ProRail, in opdracht van de Rijksoverheid. Kijk voor meer informatie op www.rijkswaterstaat.nl en www.rijksoverheid.nl

Welke geluidwerende maatregelen neemt ProRail?

Voor het geluid langs het spoor gelden strikte normen: de 'geluidsproductieplafonds'. Het ministerie van Infrastructuur en Mileu stelt de geluidsproductieplafonds vast,  ProRail zorgt voor de naleving in de praktijk.

We nemen maatregelen op plekken langs het spoor waar de geluidsbelasting te hoog is. We plaatsen bijvoorbeeld raildempers en geluidsschermen. Soms krijgen woningen in de buurt geluidsisolatie. Vervoerders helpen ook mee door stillere treinen in te zetten.

Ik heb een klacht over geluid door treinverkeer. Waar kan ik terecht?

Neem contact op met ons team Publiekscontacten. Zij reageren zo snel mogelijk op uw vraag of klacht.

Waar kan ik informatie vinden over de wettelijke geluidsnormen voor het spoor?

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu stelt vast hoeveel geluid treinverkeer mag maken. Op www.geluidspoor.nl geeft het Rijk informatie over de toegestane geluidsnormen (‘geluidproductieplafonds’) en de maatregelen tegen geluidoverlast, zoals het Meerjarenprogramma Geluid (MJPG).

Hoe hard mag een goederentrein rijden?

De toegestane maximumsnelheid hangt af van de samenstelling van een trein (gewicht, type locomotief en type wagons, stand van de remmen, etc.).
Over het algemeen geldt:

  • Treinen die 500 ton of meer wegen, mogen 85 km per uur rijden.
  • Treinen van meer dan duizend ton mogen 95 km per uur rijden.
  • Treinen van vijfduizend ton of meer mogen 80 km per uur rijden.

Ook de infrastructuur kan een factor zijn die de snelheid van een goederentrein bepaalt. Zo is de maximumsnelheid op emplacementen of stamlijnen naar privé-aansluitingen van bedrijven 30 km per uur. Denkt u dat goederentreinen in uw omgeving te hard rijden? Dan kunt u dit doorgeven aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Hoe vangt ProRail de uitzetting van de spoorrails door warmte op?

Spoorstaven kunnen temperaturen aan van -20 tot +60 graden Celsius. Ze zetten uit door hitte en krimpen door kou. Om die beweging op te vangen gebruikten we voegen tussen de spoorstaven. Tegenwoordig laten we voegloos spoor aanleggen. Dit spoor is gelast tot één stuk. Voegloos spoor kan de spanningen door het uitzetten en krimpen van de metalen spoorstaaf volledig opvangen. Waar het niet mogelijk is om voegloos spoor aan te leggen - bijvoorbeeld op lange bruggen - gebruiken we compensatielassen, kleine openingen tussen de spoorstaven die krimpen uitzetting op kunnen vangen.

Welke maatregelen neemt ProRail tegen winterweer?

ProRail neemt elke winter voorzorgsmaatregelen tegen de hinder die kan ontstaan door winters weer. We inspecteren de wisselverwarming en plegen extra onderhoud. We houden op strategische plekken extra storingsploegen paraat en er staan permanent wegsleeplocomotieven klaar om gestrande treinen zo snel mogelijk naar een station te kunnen slepen. Ook experimenteren we met drones (onbemande helikopters) om de wisselverwarming te inspecteren.

Is ProRail klaar voor de winter?

We hebben ons zo goed mogelijk voorbereid. ProRail, de aannemers en de vervoerders spannen zich maximaal in om overlast te voorkomen en hebben preventief maatregelen getroffen. Ondanks deze maatregelen en goed onderhoud van onze infrastructuur valt niet uit te sluiten dat reizigers door winterweer vertraging oplopen. Het spoor blijft, net als het vlieg- en wegverkeer, gevoelig voor sneeuwval en vorst.

Wat heeft ProRail anders gedaan dan voorgaande winters?

Samen met vervoerders en aannemers hebben we de winterdraaiboeken aangescherpt en hiermee geoefend. We hebben de controle van de wisselverwarming verbeterd. Op de belangrijkste wissels hebben we een systeem aangebracht waarmee we op afstand het functioneren van het wissel kunnen zien. Ook hebben we de proef tegen ijsvorming onder treinen verder uitgebreid. Daarnaast hebben we bij verwacht slecht eerder een aangepaste dienstregeling ingezet.

Wat is het grootste probleem op het spoor in de winter?

In de winter is de kans op storingen groter dan in de rest van het jaar. Om te zien waardoor in de winter de grote problemen ontstaan, hebben we de afgelopen winters geanalyseerd. Uit die analyses blijkt dat het heel lastig is om het treinverkeer in beweging te houden als er tegelijkertijd meerdere storingen zijn op belangrijke plekken.

NS en ProRail werken samen aan een fundamenteel onderzoek naar de huidige wijze van het spoorsysteem. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar optimale inzet van de medewerkers en ICT-systemen.

Hebben treinen in andere landen ook problemen met winterweer?

Ook in landen als Zwitserland, Zweden en Engeland leidt sneeuw regelmatig tot overlast. Daarom wisselen wij informatie uit met onze collega’s binnen als buiten Europa. Op deze manier leren wij van elkaar. Lees hier meer over in de benchmark (pdf) die in opdracht van de minister van Infrastructuur en Milieu is uitgevoerd.

Wat is de rol van het Operationeel Controle Centrum Rail (OCCR) bij grote verstoringen?

Het OCCR is een samenwerkingsverband van ProRail, de spoorvervoerders en spooraannemers. Dit centrum bestaat sinds oktober 2010 en coördineert de afhandeling van calamiteiten en incidenten op het spoor. Zo kunnen ze snel tot een gezamenlijk besluit komen over de te nemen maatregelen.

Via een zogenaamde ‘spoorradar’ beschikken alle betrokken partijen over actuele, correcte, complete en eenduidige informatie op het gebied van storingen en punctualiteit. Ze werken dus vanuit dezelfde informatie en kijken naar dezelfde grafieken.

Waarom passen ProRail en NS de dienstregeling soms aan?

Wanneer er op het spoor tegelijkertijd meerdere storingen zijn, bestaat het risico dat de treindienst in een groter gebied ernstig verstoord raakt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij ernstige sneeuwval.

Als we dit kunnen voorspellen, kunnen we besluiten om te gaan rijden met een aangepaste dienstregeling. Er rijden dan minder treinen en reizigers moeten vaker overstappen. Daardoor komt er meer ruimte op het spoor om mogelijk verstoringen op te vangen en te herstellen. Reizigers kunnen er dus enige hinder van ondervinden, maar we voorkomen wel dat het treinverkeer helemaal stil komt te liggen.

Welke problemen ontstaan er op het spoor in de herfst?

In de herfst kan het spoor glad worden door de combinatie van vocht en afgevallen bladeren op de rails. Als de treinen door deze bladerenmassa rijden, ontstaat een soort moes die aan de spoorstaaf blijft plakken.
Gladheid kan ook ontstaan door roest, luchtvervuiling, condensvorming en algen.

Door de gladheid verliezen treinen grip op rails. Bij het optrekken en remmen op glad spoor kunnen de wielen slippen en blokkeren. Daardoor gaan de wielen over de rails schuiven in plaats van draaien. Dat veroorzaakt schade aan wielen en rails.

Als het spoor glad is door bladafval, passen machinisten hun snelheid aan. Ook remmen ze eerder en trekken ze voorzichtiger op. Dit doen ze om de hinder door gladde sporen zo veel mogelijk te beperken.

Hoe werkt de stroefmakende gel Sandite op glad spoor?

Sandite is een gel vermengd met zand en metaaldeeltjes. Deze stroefmakende gel wordt vanuit zes reizigerstreinen op de rails gespoten en door de treinwielen hard op het spoor gedrukt. Hierdoor wordt de gladde laag van platgereden blaadjes kapot gemaakt. We brengen Sandite aan op rails in bosrijke gebieden op plaatsen waar treinen moeten afremmen en optrekken. Dat betekent ongeveer een kilometer vóór en ná een station.

Doordat we Sandite vanuit reizigerstreinen op de sporen spuiten, hoeven we er geen extra treinen voor in te zetten. De zogenaamde Sandite-treinen worden voor de herfst in de dienstregeling opgenomen op trajecten waar dat nodig is. Het aanbrengen van Sandite gebeurt op werkdagen aan het begin van de reizigersdienst, of vaker als het nodig is.

Bij extreme gladheid kan ook handmatig extra Sandite worden aangebracht. ProRail heeft daarvoor op een aantal locaties vaste Sandite-installaties geïnstalleerd.

Hoe kom ik te weten of ProRail een vergunning heeft voor werkzaamheden in mijn buurt?

Via onze afdeling Publiekscontacten komt u snel te weten of en welke vergunning van kracht is.

 

Wat zijn de regels voor trillingen door werkzaamheden?

Ons werk kan mensen die in de buurt van het spoor wonen (tijdelijk) hinder bezorgen. Daarom hebben wij voor veel werkzaamheden een vergunning of een ontheffing van de gemeente nodig. Bij de vergunningverlening kijkt de gemeente ook naar de trillingshinder die te verwachten is. Als het nodig is, nemen wij maatregelen om deze hinder te verminderen. Bewoners krijgen van tevoren een brief van ons waarin wij de werkzaamheden en eventuele hinder aankondigen.

Kun je met onderhoud storingen voorkomen?

Met tijdig en goed onderhoud kunnen we zeker storingen voorkomen. Daarom streven we samen met onze aannemers naar meer preventief onderhoud. Liever onderdelen op tijd vervangen (of zelfs iets te vroeg), dan het risico op een verstoring op een druk spoorknooppunt.

Ook nemen we maatregelen die storingen in ons ICT-netwerk moeten opvangen, zoals het dubbel uitvoeren van stroomvoorziening en verkeersleidingssytemen. Met onderhoud kunnen we veel voorkomen, maar storingen zijn helaas nooit helemaal uit te sluiten.