Veelgestelde vragen

Wat zijn specifieke maatregelen binnen het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)?

Voor sommige overwegen zijn generieke maatregelen niet afdoende. Dan zijn specifieke maatregelen gewenst. De aanvragers van specifieke maatregelen zijn wegbeheerders en/of decentrale overheden. Zij kunnen in aanmerking komen voor een LVO-bijdrage. Daarvoor gelden wel strikte voorwaarden:

  • Het Rijk draagt maximaal 50% van de meest kosteneffectieve oplossing bij. De aanvrager moet er dus rekening mee houden dat hij zelf minimaal 50% van de kosten moet kunnen dragen. Een maatregel is kosteneffectief wanneer de mate van doelbereik (15% risicoreductie) zich redelijk verhoudt tot de mate van kosten. Is een maatregel niet kosteneffectief? Dan kan het Rijk besluiten een vaste bijdrage te doen.
  • De aanvrager moet bereid zijn om samen met het LVO-team te zoeken naar meerdere innovatieve en kosteneffectieve oplossingen. Waarbij aandacht is voor zowel spoor, wegverkeer als de omgeving. Zo stimuleert het LVO een integrale aanpak. Het doel hiervan is het aantal incidenten op zoveel mogelijk overwegen te verminderen.

Wat zijn generieke maatregelen binnen het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)?

Het LVO streeft naar optimale benutting van het beschikbare budget. Dit betekent dat we zoeken naar maatregelen die de problematiek op zo veel mogelijk overwegen in Nederland verbeteren. Deze maatregelen noemen we generiek. Hierbij richten we ons op:

  • Het verkorten van dichtligtijden, met onder andere de afteller

De afteller verkort dichtligtijden op bepaalde overwegen. In deze video leggen we uit wat een afteller is. 

  • Gedragsbeïnvloeding

Gevaarlijk gedrag speelt bij veel incidenten op overwegen een belangrijke rol. We kijken daarom welke aspecten van invloed zijn op het gedrag van weggebruikers. We doen onderzoek naar slalomgedrag, stilstaan en ingesloten raken tussen de overwegbomen bij filevorming. Daarnaast besteden we aandacht aan kwetsbare groepen, zoals ouderen of gehandicapten. We proberen zoveel mogelijk concrete maatregelen in te voeren om het gedrag bij overwegen te beïnvloeden.

  • Maatregelenbeleid

Naast fysieke maatregelen zijn er vanuit het generieke traject ook een aantal beleidsmatige maatregelen opgepakt. Zo hebben ProRail, politie, gemeenten en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) afspraken gemaakt om samen beter te leren van incidenten op overwegen. Daarnaast is er een leerpuntenrapport en actieplan opgesteld om de overwegomgeving beter in te richten. Deze maatregelen zijn inmiddels uitgevoerd en maken onderdeel uit van het standaard overwegenbeleid.

Wat verstaan we binnen het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) onder kosteneffectieve oplossingen?

Binnen het LVO is een maatregel kosteneffectief wanneer de mate van doelbereik (15% risicoreductie) zich redelijk verhoudt tot de mate van kosten.  Er wordt dus een vergelijking gemaakt tussen de kosten van de maatregel en de opbrengsten daarvan voor de maatschappij, dus voor alle overwegen in Nederland. De kosteneffectiviteit is ‘smart’ gemaakt door een speciaal ontwikkelde beoordelingstool.

Wat verstaan we onder de aanpak Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)?

Met het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen streeft het ministerie IenW ernaar om niet direct te kiezen voor dure infrastructurele oplossingen met betrekking tot overwegen. We gaan juist op zoek naar kosteneffectieve en innovatieve oplossingen voor weg en spoor. Dat doen we vanuit een brede probleemanalyse, die zich richt op de volgende aspecten:

  • een brede analyse van de verkeerssituatie
  • het hoe en wanneer de overweg gebruikt wordt
  • een analyse van feiten en cijfers toegespitst op de (over)weggebruikers en gedragsanalyses.

De samenwerking binnen LVO richt zich op het samen ontwikkelen van een aanpak, waarbij verder wordt gekeken dan het eigen deelbelang. We nemen de omgevingsaspecten mee en delen zoveel mogelijk kennis. Ook worden, waar mogelijk, de gebruikers van de overweg bij dit proces betrokken.

Welke maatregelen zijn mogelijk binnen het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)?

Binnen het LVO kunnen wij twee soorten maatregelen nemen: generieke maatregelen en specifieke maatregelen.

Generieke maatregelen zijn toepasbaar op meerdere overwegen. Specifieke maatregelen worden genomen voor overwegen met een hoog verbeterpotentieel en waar maatwerk vereist is. De specifieke maatregelen zijn vanwege het maatwerk veelal duurder. Vanuit kostenoogpunt streven we zoveel mogelijk naar generieke maatregelen.

Wie is verantwoordelijk voor het Landelijke Verbeterprogramma Overwegen (LVO)?

Het LVO valt onder de bestuurlijke regie van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). ProRail voert het programma uit in opdracht van IenW en in samenwerking met de decentrale overheden/wegbeheerders.

Het LVO-team van ProRail werkt met een ‘backoffice’, die ondersteunt bij het beoordelen van producten en uitwerken van de probleemanalyse en de oplossingen.

Wat zijn de uitgangspunten van het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)?

De belangrijkste uitgangspunten van het LVO zijn:

  • Wegbeheerders/decentrale overheden zijn verantwoordelijk voor minstens 50% cofinanciering.
  • Een integrale, vernieuwende benadering van de aanpak van overwegen. Deze benadering heeft als doel het vergroten van veiligheid en doorstroming van zowel spoor- als wegverkeer. En dat in een bredere ruimtelijke context van de overweg.
  • Samen met decentrale overheden en andere betrokken partijen zoeken naar kosteneffectieve, innovatieve en waar mogelijk generieke maatregelen.
  • Het realiseren van verbeteringen op zoveel mogelijk overwegen. Het LVO richt zich vooral op die overwegen met het meeste verbeterpotentieel. 

Om het verbeterpotentieel te bepalen, hanteren wij een afwegingskader. Binnen dit kader maken wij vier afwegingen: 

  • Wat doet deze mogelijke maatregel voor de veiligheid?
  • Wat doet deze mogelijke maatregel voor de doorstroming?
  • Wat is er te zeggen over de kosteneffectiviteit?
  • Wat is de maatschappelijke impact?

Wat is het doel van het LVO?

Het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) wil:

  • het aantal incidenten op overwegen verminderen (risicoreductie van 15%);
  • de doorstroming van weg- en spoorverkeer op overwegen veiliger en vlotter maken, en;
  • daarvoor slimme, innovatieve en kosteneffectieve maatregelen gebruiken;
  • de mogelijkheden bekijken vanuit het spoor, de weg én de omgeving.

ProRail werkt samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, gemeenten en provincies, spoor- en wegbeheerders en andere betrokkenen. We werken aan de totstandkoming van generieke maatregelen die op meerdere overwegen tot een verbetering kunnen leiden. Daarnaast wordt er op projectbasis samengewerkt met decentrale wegbeheerders voor het oplossen van knelpunten op specifieke overwegen.

Hoe is het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) tot stand gekomen?

Veiligheid en betrouwbaarheid van het spoor hebben hoge prioriteit. In de Derde Kadernota Railveiligheid is als veiligheidsdoelstelling ‘permanente verbetering’ opgenomen. Het Regeerakkoord van Rutte II bevatte bovendien de specifieke opgave dat er een verbeterprogramma komt om het aantal overwegincidenten te verminderen, het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) geeft hier invulling aan. In maart 2014 is het Programmaplan 2014 verschenen.

Het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) is een initiatief van het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tegenwoordig is dit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Het LVO moet de doorstroom op overwegen bevorderen en ze nog veiliger maken. Het ministerie trekt daar 200 miljoen euro (inclusief btw) voor uit. Dankzij cofinanciering door lokale overheden is het daadwerkelijk budget veel groter. Sinds 2013 voert ProRail het programma uit, in opdracht van en samen met het ministerie. Het LVO heeft een looptijd tot 2028.

Aanrijdingen voorkomen. Dat is héél in het kort waar het om draait bij het LVO. Jaarlijks vinden er op overwegen zo’n veertig aanrijdingen plaats. De impact daarvan is groot. Bij een derde van de aanrijdingen valt een dodelijke afloop te betreuren. Daarnaast is het trein- en wegverkeer lange tijd ontregeld.

 

Zijn er voldoende spooraannemers beschikbaar in de zomerperiode?

De zogenoemde ‘bouwvak’ geldt al lang niet meer voor spooraannemers. Zij werken in de zomerperiode juist extra hard aan de vernieuwing en het onderhoud van het Nederlandse spoor. Omdat spreiding van werkzaamheden over het hele jaar ook voor de aannemers gunstig is, werken we samen met hen aan innovaties waardoor we overdag kunnen werken aan het spoor, en het treinverkeer zo veel als mogelijk kan doorgaan. Hierdoor kunnen we het werk meer over het jaar heen spreiden.

Is Schiphol in de zomer van 2019 per spoor bereikbaar?

Bij de planning van onze zomerwerkzaamheden houden we zo veel mogelijk rekening met de mensen die naar Schiphol reizen om op vakantie te gaan én met festivals en andere zomerse evenementen. Is een zomerse buitendienststelling rond Schiphol of rond evenementen toch noodzakelijk? Dan organiseren we samen met de betrokken vervoerders een aangepaste dienstregeling of alternatief (bus)vervoer. Raadpleeg altijd ruim voor vertrek de reisplanner.

Waarom werken we in de zomerperiode hard aan het spoor?

We plannen onze werkzaamheden het hele jaar zo in dat de hinder voor reizigers zo beperkt mogelijk is. Dat doen we in overleg met vervoerders en andere stakeholders zoals Schiphol en goederenterminals. Daarom werken we vaak ’s nachts en in weekenden aan het spoor. Soms is het echter noodzakelijk om meerdere dagen achter elkaar aan het spoor te werken. Waar mogelijk doen we dat in een vakantieperiode omdat er dan minder forenzen zijn. Samen met aannemers werken we aan innovaties waardoor we overdag kunnen werken aan het spoor, en het treinverkeer toch zo veel als mogelijk kan doorgaan. Hierdoor kunnen we werkzaamheden beter over het jaar spreiden. Lees er meer over in het nieuwsbericht 'ProRail wil werkzaamheden meer gaan spreiden over het jaar'.

Waarom een nieuwe VL/ICM-post?

Door de leeftijd en daarmee de conditie van de VL-posten Kijfhoek (1976) en Rotterdam (1972) moeten wij op termijn grondige renovaties laten uitvoeren of nieuwbouw ontwikkelen. Tegelijkertijd zijn er ook andere ontwikkelingen, waaronder:

  • ICB heeft meer ruimte nodig voor de collega’s die daar werken en hun groeiende wagenpark;.
  • de omgevingsvergunning geeft aan dat collega’s die niet per sé voor werkzaamheden op Kijfhoek hoeven te zijn op een andere locatie gehuisvest moeten worden;
  • het huurcontract van het pand aan de Berkenwoudestraat 18 te Rotterdam voor ICB loopt in maart 2020 af;

Het samenvoegen van beide VL-posten en ICB regio Randstad Zuid is aanzienlijk goedkoper dan voor de drie afdelingen apart een oplossing te zoeken.
 

In hoeverre draagt de realisatie van de nieuwe VL/ICB-post bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van ProRail?

De realisatie van de nieuwe VL/ ICB-post draagt bij aan de missie ‘ProRail Verbindt. Verbetert. Verduurzaamt’. Het project heeft hoge ambities op het vlak van duurzaamheid, zoals energieneutraal en circulair bouwen en bijdragen aan een CO2-neutraal spoor. Circulair bouwen betekent grondstoffen en materialen zo hoogwaardig mogelijk gebruiken en maximaal hergebruiken. Dankzij circulair bouwen vermindert de milieubelasting. Dit kan door:

  • de levensduur van gebouwen te verlengen;
  • de grondstoffenketens te sluiten;
  • CO2-vermindering.
     

Wat is de visie op de nieuwe VL/ICB-post?

Zowel nu als in de toekomst blijft behoefte aan een VL-post in Rotterdam of nabije omgeving. De toekomstvisie van Verkeersleiding is de goederen- en reizigersprocessen waar mogelijk te integreren. Door het samenvoegen van de VL-operaties Kijfhoek, Rotterdam en ICB regio Randstad Zuid ontstaat de mogelijkheid tot:

  • directe afstemming tussen het reizigers- en goederenvervoer;
  • verbetering van de be- en bijsturing van de reizigers- en goederenprocessen, met name op de interfaces van het gemengde net en de Betuweroute (werkplekken op de Betuweroute blijven separaat bestaan);
  • snel kunnen evalueren en leren (leerloops) direct na afloop van incidenten;
  • verbetering van de operationele prestaties door kruisbestuiving, zoals de verkorting van de afhandelduur van incidenten.

Station Rotterdam verbindt Europese hoofdsteden en is klaar voor de groei van (internationale) reizigersstromen. De VL/ ICB-post is hier op voorbereid en levert daarnaast een belangrijke bijdrage de concurrentiepositie door de verbinding van de Rotterdamse havens naar het Europese achterland per spoor te verbeteren.

Waarom worden VL en ICB in de nieuwe post samengevoegd?

Een gezamenlijke huisvesting van VL en ICB verbetert de samenwerking en de prestaties, zoals het verkorten van de afhandelduur van incidenten. De omvang van de samengevoegde VL-posten zorgt voor het beter kunnen opvangen van ziekteverzuim, efficiency in het roosteren, uitwisselbaarheid van treindienstleiders en duurzame inzetbaarheid en flexibiliteit. 

Wat is een VL/ICB-post en wat doen jullie daar?

VL staat voor Verkeersleiding. Verkeersleiding stuurt het treinverkeer aan en levert actuele reisinformatie. Ook heeft zij de coördinatie bij calamiteiten op en rond het spoor. De Verkeersleiding zorgt voor een zo snel mogelijk herstel van het treinverkeer. De circa 1.400 medewerkers zijn daarmee de logistieke ‘spin in het web’ van het railverkeer van de 34 reizigers- en goederenvervoerders in Nederland. Er zijn 13 VL-posten verdeeld over het land.

ICB staat voor Incidentenbestrijding. Incidentenbestrijding is verantwoordelijk voor het ‘vrijbaan maken’ na een incident op het spoor, 24 uur per dag, 7 dagen per week. Daarnaast ondersteunt ICB de (overheids)hulpdiensten bij redding en bestrijding. ICB beschikt over speciaal uitgeruste voertuigen die met blauw zwaailicht mogen rijden. De medewerkers zijn tevens gespecialiseerd in het omgaan met gevaarlijke stoffen.

Ik heb een vraag of klacht over geluid. Waar kan ik terecht?

In eerste instantie kun je het beste contact opnemen met onze afdeling Publieksvoorlichting. We proberen altijd tot een goed antwoord te komen, of tot een acceptabele oplossing. Al kan de ervaren hinder of overlast niet altijd worden opgelost.
Een formeel verzoek om handhaving van regels doe je bij de instantie die daar over gaat (het ‘bevoegd gezag’):

  • De Inspectie voor Leefomgeving en Transport, voor de naleving van de geluidproductieplafonds.
  • De gemeente, voor de naleving van de voorschriften van de Omgevingsvergunning Milieu.

Doe je jouw verzoek niet direct bij de juiste instantie? Dan moet die instantie je verzoek dóórgeven aan de juiste instantie. Dat hoef je in principe niet zelf te doen.

Waarom berekenen we de geluidsproductie (in plaats van het te meten)?

De belangrijkste reden om geluid vooral te berékenen, is dat we met metingen geen voorspellingen kunnen doen. Het geluidseffect van veranderingen – bijvoorbeeld aan de infrastructuur of de dienstregeling - kunnen we dus alleen berekenen. Geluidsmetingen gebruiken we soms wel om achteraf te controleren of de uitgangspunten van de berekeningen correct waren.

Wat is een geluidproductieplafond (gpp)?

Geluidproductieplafonds (gpp’s) stellen een heldere grens aan de toelaatbare hoeveelheid geluid en voorkomen een onbelemmerde groei van geluid door toenemend verkeer. Voor zowel de weg als het spoor zijn gpp’s vastgesteld. We beperken ons hier tot het spoor.

Gpp’s: berekenen, niet meten
Gpp’s zijn vastgesteld door het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het zijn maximaal toegestane waarden voor de gemiddelde geluidwaarde van een kalenderjaar, op referentiepunten aan weerszijden van het spoor op 50 meter afstand, 100 meter uit elkaar en op 4 meter hoogte. Dit zijn geen fysieke punten, maar ruim 57.000 (virtuele) punten in een digitaal rekenmodel. Dit model is in 2012 opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De geluidproductie wordt dus berekend, en niet gemeten.

Gpp’s: alleen doorgaand verkeer op de vrije baan
Gpp’s gaan alleen over geluid van doorgaand treinverkeer op de vrije baan. Alle andere soorten geluid die door treinen worden veroorzaakt, vallen hier dus buiten en zijn dus ook niet op deze manier te controleren.

ProRail is verantwoordelijk voor de naleving van de gpp's. Ook moet ProRail nieuwe of gewijzigde gpp’s berekenen op verzoek van het ministerie of een gemeente.

Vragen en antwoorden in video's