Het laatste in zijn soort
Het stationsgebouw van Vught schuift 13 meter op om plaats te maken voor de verdiepte ligging van het spoor. In deze vierdelige serie kijken we vanuit verschillende perspectieven naar dit rijksmonument. Maar wat maakt dit stationsgebouw monumentaal? Dat weet Jos van den Hende, beleidsadviseur bij Bureau Spoorbouwmeester. “Het gebouw is ogenschijnlijk heel bescheiden, maar de geschiedenis geeft veel waarde aan het pand.”
Historisch waardevol
Jos is als adviseur bij Bureau Spoorbouwmeester betrokken bij station Vught. Bureau Spoorbouwmeester liet voor Vught een ‘waardestellend onderzoek’ uitvoeren: hierin wordt onderzocht welke onderdelen historisch waardevol zijn en behouden moeten blijven, en waar ruimte is voor vernieuwing.
“Het antwoord op de vraag waarom dit gebouw monumentaal is, ligt niet in de stenen, maar in het verhaal erachter”, vertelt Jos. "Het speelde immers een grote rol in de Tweede Wereldoorlog. Het gebouw kreeg in 1976 de status van rijksmonument en behoort tot de Collectie, een verzameling van vijftig stations die een representatief beeld geven van de rijke geschiedenis van de spoorwegen."
Versneld opgeleverd
Ruim een eeuw eerder, in 1868, werd station Vught gebouwd als halte aan de spoorlijn tussen Utrecht en Boxtel. Toentertijd legde de overheid in rap tempo nieuwe spoorlijnen aan. De lijn werd in 1870 versneld opgeleverd: vanwege de Frans-Duitse oorlog kon de spoorlijn gebruikt worden om militairen snel naar de hei bij Vught te vervoeren.
Om het grote aantal nieuwe stations betaalbaar én overzichtelijk te houden, werkte men met standaardstations: gebouwen in verschillende klassen, van grote stations voor steden tot kleinere haltegebouwen voor dorpen.
Bijzondere uitvoering
Vught kreeg een kleiner station, maar wél in een bijzondere uitvoering. Ingenieur G. van Diesen paste het standaardontwerp aan op het welvarende dorp, waar vooral in de zomer veel bezoekers werden verwacht. Daarom werd het gebouw ruimer dan gebruikelijk, met grotere zijvleugels en aparte wachtkamers voor reizigers uit de eerste, tweede en derde klasse.
Het gebouw heeft een langgerekte, symmetrische vorm met een hoger middendeel en twee lagere zijvleugels. Kenmerkend zijn de rondboogvensters op de verdieping en de segmentbogen op de begane grond. Hoewel veel details veranderden, waaronder de wit geschilderde gevel, bleef de hoofdvorm herkenbaar. Andere stations van dit type, zoals Hedel, Barendrecht, IJsselmonde en Zwijndrecht, zijn verdwenen. Daarmee is station Vught het laatste overgebleven voorbeeld van dit type stationsgebouw in Nederland.
Golfbeweging
Naast reizigersvervoer kreeg ook goederenvervoer een belangrijke plek op het station. Zo was er ruimte voor een goederenlokaal, een goederenbergplaats en een los- en laadplaats. Daarnaast wenste de lokale staalindustrie een emplacement.
Jos: “Het is interessant om te weten dat er in Vught sprake was van een soort golfbeweging: het ging van een goederenlijn, naar een personenlijn, naar een goederenlijn en, nadat het emplacement in 1964 werd opgeheven, werd het weer een personenlijn. En momenteel wordt er druk gebouwd aan de verdiepte ligging. zodat zowel het groeiende personen- als goederenvervoer een plek krijgt.”
Vanwege de vroegere goederenfunctie lagen er veel sporen en voorzieningen rondom het stationsgebouw. “Veel van die goederenlijnen zijn later gesaneerd. Maar daardoor is er nu ruimte om het stationsgebouw te verschuiven en weer een centrale plek te geven in het stationskwartier. Dat is zeker niet op elk station mogelijk.”
Foto bovenaan: Wies van Leeuwen, collectie BHIC, nr. PNB001072015
Tussen Meteren en Boxtel gaan meer reizigers- en goederentreinen rijden. Daarom bouwen wij een vierde spoor tussen Den Bosch en Vught, dat deels verdiept wordt aangelegd. Dit komt de leefbaarheid en de veiligheid op en rond het spoor ten goede.
Deze reportage is gepubliceerd op: 15 september 2026