Extreem weer

Extreem weer vraagt om nieuwe keuzes

Boven het spoor trilt de lucht. Op het perron zoeken reizigers een plekje in de schaduw. Incidentenbestrijders gaan met extra water op pad. Vroeger betekende hitte in Nederland een paar warme dagen, tegenwoordig is het een factor waarmee ProRail steeds nadrukkelijker rekening moet houden. En dat geldt ook voor ander extreem weer.

“Seizoenen bestaan nog steeds, maar daarbinnen zien we extremere hitte en door het jaar heen heftige regenval en stormen”, zegt Kees Godvree, programmamanager Seizoensvoorbereiding bij ProRail. “Bij extreme regenval bijvoorbeeld, kan lokaal in korte tijd zoveel water vallen dat sporen onder water komen te staan. Dat tast de infrastructuur aan. Spoorbeveiligingssystemen vallen dan terug naar een zogenaamde ‘fail-safe-stand’: Seinen blijven op rood staan en treinverkeer komt stil te liggen.”

Voor alle extreem-weer-situaties liggen draaiboeken klaar, afgestemd met de hele keten. ProRail leert voortdurend van dergelijke situaties. Na incidenten evalueren we en we voeren verbeteringen door in onze draaiboeken.

Hitte raakt alles

Hitte is voor het spoor een van de lastigste uitdagingen. “Sneeuw blokkeert wissels en stormen zorgen voor omgevallen bomen maar dat zijn relatief eendimensionale problemen”, legt Kees uit. “Hitte raakt juist veel verschillende onderdelen van het spoor tegelijk. Stations bieden onvoldoende schaduw, technische installaties raken oververhit, ICT-systemen komen onder druk te staan en spoorstaven zetten uit. Hoe en waar er problemen ontstaan, laat zich lastig voorspellen.” Daar komt bij dat mensen bij sneeuw vaak thuisblijven maar bij mooi weer juist op pad gaan. Naar het strand, een festival of lekker naar de airco op kantoor. Daardoor kan de impact van verstoringen tijdens hitte juist extra groot zijn. 

Van reageren naar vooruitkijken

Maar met voorbereiden en ingrijpen alleen, redden we het niet meer. “Klimaatverandering dwingt ons om verder vooruit te kijken,” zegt Jasper Ingram die zich als programmamanager klimaatadaptatie bij ProRail bezighoudt met hoe we ons spoor weerbaar en veerkrachtig maken voor de toekomst. “We willen weten welke risico’s we in de toekomst lopen en hoe we daar nu al rekening mee kunnen houden."
Daarom doen we klimaatstresstesten. We rekenen extreme scenario’s door: wat gebeurt er bij dagenlange hitte, uitzonderlijk zware neerslag, droogte, storm of overstroming? De resultaten staan in onze klimaateffectatlas (deze wordt eind 2026 geactualiseerd met de laatste inzichten van het KNMI). Daarin zie je welk gebied bij een bepaald scenario geraakt wordt, en wat voor spoorelementen daar liggen. ProRail doet dit trouwens niet alleen: alle grote infrastructuurbeheerders die deelnemen aan het nationale Deltaprogramma doen stresstesten en leggen de resultaten vast in een klimaateffectatlas. Hiermee bereidt Nederland zich voor op een veranderend klimaat.

Als we weten op welke plek bepaald extreem weer impact heeft, kijken we welke risico's we daar lopen voor bijvoorbeeld stations, spoorbruggen, wissels of technische gebouwen. Neem hitte: Het aantal tropische dagen gaat fors toenemen van 6-9 per jaar naar 18 per jaar. We weten nu dat we daarbij in vijf op de zeven relaiskasten risico lopen op oververhitting. Of extreme neerslag: Volgens het KNMI stijgt tot 2050 de intensiteit van hevige regenbuien met 12 tot 25 procent. 139 van de 173 stationstunnels en perronviaducten lopen daarbij het risico onbereikbaar te worden.

We moeten kiezen

Oké, we weten dus waar we problemen kunnen verwachten. En nu komt de grootste uitdaging: Bewuste keuzes maken.

“Het is simpelweg niet haalbaar om het hele spoornet volledig klimaatrobuust te maken”, zegt Jasper. “Dus moeten we bepalen waar investeringen de meeste maatschappelijke waarde opleveren.”

Die keuzes maakt ProRail niet alleen. Gemeenten, Waterschappen, andere infrabeheerders en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn belangrijke partners. We kijken welke ingreep het meest oplevert en hoe we samen kunnen optrekken. Soms is het makkelijk kiezen: investeren we in extra schaduw op een station of maken we een spoordijk beter bestand tegen een piekbui en dus veilig?Maar er zijn ook dilemma's: geven we deze tunnel een duur drainagesysteem om water af te voeren, of accepteren we dat die af en toe onder water staat en beperken we schade door elektrische installaties hoger te plaatsen?

Wat is het ons waard?

Het liefst maak je het spoor direct bij aanleg klimaatbestendig. Maar het meeste spoor in Nederland ligt er al en het gaat lang mee, dus ook in onderhoudsprojecten houden we hier rekening mee. We kennen onze gebieden: als ProRail bouwt of vernieuwt kiezen we al voor een grotere pompkelder onder een tunnel of grotere regenwaterafvoeren. Er is één belangrijke voorwaarde: klimaatadaptief bouwen moet haalbaar en betaalbaar zijn.

In 2030 hebben we klimaatadaptief werken in ons beleid verankerd. "Dat betekent niet dat we alle gevolgen van extreem weer kunnen voorkomen", benadrukt Jasper. "Maar wel dat we kunnen zeggen: Dit kost het om alle treinen te laten rijden bij extreme hitte. Niet doen? Dan heb je zoveel storingen met alle gevolgen van dien. Natuurlijk willen we bij heet weer mensen in de trein naar het strand kunnen brengen, maar alles is een keuze. Is het ons de investering waard of niet?"

Deze reportage is gepubliceerd op: 14 juli 2026