Verborgen infrastructuur: hoe dierenroutes het spoor veiliger maken
Vanuit de trein vallen ze niet op en toch zijn ze overal: slimme doorgangen, bruggen en tunnels rond het spoor, speciaal voor dieren. ProRail heeft een verborgen netwerk dat natuurgebieden met elkaar verbindt. Want als dieren elkaar veilig kunnen vinden, rijden de treinen ook veilig.
Lekker efficiënt
We hebben Nederland lekker efficiënt ingericht met wegen, waterwegen en spoorlijnen. “Maar al die infrastructuur versnippert ook ons landschap”, vertelt Michel van den Bogaert, systeemspecialist Fauna en Flora bij ProRail. “We hebben veel kleine natuurgebiedjes gemaakt.” En dat is niet goed voor dieren, want die kunnen minder makkelijk hun weg vinden naar voedsel en partners in nieuwe leefgebieden. Dat leidt tot verarming en soms zelfs het verdwijnen van soorten. “We hebben dit veroorzaakt, maar voelen ons ook verantwoordelijk voor herstel”, zegt Michel. Daarom werkt ProRail aan het ‘ontsnipperen’ van die natuur.
Van versnippering naar verbinden
Samen met Rijkswaterstaat, provincies en natuurorganisaties werkte ProRail vijftien jaar lang aan het verbinden van natuurgebieden. Met mooi resultaat: we namen meer dan 500 maatregelen op 176 locaties in Nederland. We bouwden ecoducten, faunatunnels, duikers met loopplanken en geleidingsrasters die dieren via een soort 'trechter’ naar veilige routes leiden. Grote en kleine ingrepen, die één ding gemeen hebben: ze geven bijvoorbeeld reeën, dassen en vossen de ruimte om veilig te bewegen.
En dat werkt. Zowel wilde zoogdieren als kleine dieren (kikkers, muizen en reptielen) maken er volop gebruik van. Hun leefgebied wordt groter, populaties herstellen én: het risico op aanrijdingen neemt af.
Beter voor het spoor
Want ProRail investeert niet alleen in duurzaamheid vanwege een groot hart voor planten en dieren, legt Michel uit. “Veilige oversteken voor fauna dragen ook bij aan een betrouwbaar en veilig spoorsysteem. Als we dieren een veilige route aanbieden, verkleinen we de kans dat ze zelf op zoek gaan en het spoor oversteken. Dat betekent minder aanrijdingen, minder schade aan onze infrastructuur en minder verstoring van de dienstregeling. Tegelijk helpt goed natuurbeheer om bijvoorbeeld dassen en bevers uit spoordijken te weren.”
Het is dus een win-win: beter voor de natuur én voor de betrouwbaarheid van het spoor.
Blik op de toekomst
Ontsnipperen blijft belangrijk, daarom maakt ProRail nu met partners plannen voor het verbinden van meer natuurgebieden. Met de Europese Natuurherstelverordening in het vooruitzicht wil Michel doorpakken. De verordening verplicht lidstaten biodiversiteit in land- en zeegebieden te herstellen. Elk land moet hiervoor een Nationaal Natuurherstelplan indienen bij de Europese Commissie. Dat van Nederland is naar verwachting najaar 2026 af.
“Dat infrabeheerders natuur verbinden, lijkt daarin een logische keuze”, zegt Michel. “Voor ProRail zijn er nog allerlei mogelijkheden. Bijvoorbeeld langs het spoor, via onze bermen. Of het slimmer inrichten van bestaande passages. En we kijken naar nieuwe technieken waarmee in het buitenland al geëxperimenteerd wordt, zoals slimme camera’s en geluidsinstallaties die dieren afschrikken en op afstand van het spoor houden.”
De ambitie is helder: een spoor dat niet alleen Nederland verbindt, maar ook rekening houdt met alles wat eromheen leeft en groeit.
Paadjes naar het ecoduct
Deze reportage is gepubliceerd op: 13 juli 2026