Deze aannemer leert door te doen

Wisselaccu's, waterstof en duurzaam materieel

Swietelsky werkt op verschillende plekken in Noord-Holland aan de vernieuwing van het spoor, zoals bij Zaandam en Heerhugowaard. Het is een van de eerste projecten die de aannemer deels emissieloos uitvoert. Dat betekent veel uitproberen, ervaring opdoen en geleerde lessen meteen toepassen in de praktijk. Inmiddels loopt het emissieloze werk op rolletjes, maar uitdagingen zijn er ook nog genoeg. 

Renske Snels, bouwmanager bij ProRail, merkt het meteen als ze de bouwplaats van Swietelsky oploopt: hier wordt emissieloos gewerkt. “Er staan grote accu’s, waterstoftanks, er rijdt elektrisch - en dus stiller - materieel rond. Je ziet het echt aan alles. Bij tijdelijke projecten als deze staat er eigenlijk altijd een dieselaggregaat naast de bouwkeet, voor elektriciteit en verwarming. Ook die is nu nergens te bekennen.” 

Elroy Willart, projectorganisator bij Swietelsky, beaamt dat de bouwplaats er anders uitziet. “Het was voor ons ook even wennen. Dit is een van de eerste projecten waar we emissieloos materieel op deze schaal inzetten. Het werd uitgevraagd in de aanbesteding van ProRail, dus het was voor ons een goede prikkel om er serieus mee aan de slag te gaan.” 

Krollen op elektriciteit en groene waterstof 

Swietelsky werkt in onder andere Hoorn, Castricum en Heerhugowaard aan vernieuwing van het spoor. Er worden onder andere spoorstaven, ballast en dwarsliggers vervangen. Dertig procent van het werk wordt emissieloos uitgevoerd. Elroy: “Om dat voor elkaar te krijgen werken we veel met elektrische krollen (kraan op lorries) en krollen op groene waterstof. Waar mogelijk vullen we dat aan met elektrische loaders, shovels en klein gereedschap.” 

De aannemer besloot om er vol voor te gaan en vanaf dag één zoveel mogelijk elektrisch materieel in te zetten. Elroy: “Ten eerste omdat we geen risico’s wilden nemen. We hebben beloofd om 30 procent van het werk emissieloos uit te voeren. Hoe eerder dat lukt, hoe beter. Ten tweede leer je op die manier gewoon het snelst.” 

Zeker in die beginfase, was dat echt pionieren. “Het vraagt om een andere manier van denken”, aldus Elroy. “Een krol op diesel zet je ergens aan het werk en als de tank leeg is, vul je die binnen tien minuten weer. Bij een elektrische krol is dat een ander verhaal. Het laden duurt een stuk langer én je kan niet overal een laadpunt neerzetten. Daar moet je mee leren omgaan.” 

Van laadpunten naar wisselaccu’s 

De aannemer deed dat in eerste instantie met één centraal laadpunt. Materieel met een bijna-lege accu, moest dan naar die plek rijden voor een oplaadbeurt. Maar Swietelsky besloot al snel om dat anders in te richten. Elroy: “We werken nu met twee grote, centrale laadpunten en mobiele accuwisselaars die rondrijden met wisselaccu’s. Dat is een mooie ontwikkeling, waardoor we nu al veel efficiënter werken.”

Renske merkt dat als bouwmanager ook: “Bij elk bezoek aan de bouwplaats zie je dat dingen anders, beter of efficiënter zijn ingericht. We zijn met z’n allen nog niet zo lang bezig met emissieloos werken, dus veel dingen moeten we gaandeweg ontdekken. Erg mooi om te zien hoe Swietelsky dat aanvliegt.” 

Inmiddels is de aannemer al druk bezig met de volgende stap: live monitoring van de accu’s. Dit stelt de coördinators van het bouwproject in staat om de accu’s op afstand in de gaten te houden. Als een accu bijna leeg is, kunnen zij daar proactief op inspelen. “Stel dat een elektrische krol langs het spoor werkt en er komt een overweg aan, dan sturen we daar alvast een mobiele accuwisselaar heen”, legt Elroy uit. “Op die manier plan je laadmomenten veel slimmer in, waardoor het werk zo min mogelijk wordt verstoord.” 

Voordelen en uitdagingen 

Inmiddels heeft Swietelsky het emissieloos werken behoorlijk in de vingers én merkt de aannemer dat het ook voordelen biedt. “We werken bijvoorbeeld ook ’s nachts en in de weekenden. Omdat elektrisch materieel veel stiller is, ervaren omwonenden veel minder geluidsoverlast”, vertelt Elroy. “En de afwezigheid van dieseldampen is ook prettig, zeker als je in tunnels aan het werk bent.” 

Maar uitdagingen zijn er ook genoeg. Zo is er bij een storing niet altijd een monteur beschikbaar, omdat de markt van elektrisch materieel nog jong is. Daarnaast kan emissieloos werken soms extra uitdagend zijn als je aan het spoor werkt. Renske: “Om aan het spoor te kunnen werken, wordt het tijdelijk buiten dienst gesteld. Dat beperkt het treinverkeer, dus je wilt de werkperiode zo kort mogelijk houden. De deadline is daarnaast heilig en die kan je die niet zomaar even verlengen.” 

Dat betekent dat je soms niet emissieloos kan werken, ook al zou je dat willen. Elroy legt uit: “Recent stonden er dusdanig grote verbouwingen op de planning, dat we een kettinghor (een zware spooronderhoudsmachine) moesten inzetten om het werk op tijd af te krijgen. Deze machines zijn momenteel nog niet emissieloos.” Ook werktreinen zijn nog niet emissieloos. Het grote materieel is later aan de beurt. 

‘Meer mogelijk dan je denkt’ 

Ondanks de uitdagingen is Elroy positief over de nieuwe manier van werken. “Het verraste ons hoeveel kennis er al is buiten de bouwwereld. We hebben tijdens dit project waardevolle samenwerkingen opgezet met partijen die ons helpen met de laadcontainers en waterstoftanks. Daar hebben we veel aan gehad. Emissieloos werken leek in het begin een heel grote uitdaging, maar er is veel meer mogelijk dan je denkt. Zelfs de uitvoerders die aan het begin echt wel hun twijfels hadden, zijn inmiddels bijgedraaid.” 

 

Stap voor stap emissieloos  

Met het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) werken we aan een toekomst waarin bouwen aan spoor en stations geen schadelijke uitstoot meer veroorzaakt. Samen met partners realiseren we schone bouwplaatsen zonder uitstoot van CO₂, stikstof en fijnstof bij de inzet van materieel.   

Door schoon en emissieloos bouwen als nieuwe standaard te hanteren, werken we toe naar volledig emissieloos bouwen in 2040. Zo dragen we bij aan een stillere en gezondere werk- en leefomgeving. Lees er meer over op deze programmapagina. 

Deze reportage is gepubliceerd op: 14 oktober 2026