Een eeuw 'dirty diesel': tijd voor emissieloos bouwen
Al zo’n honderd jaar werken we met materieel dat op diesel draait. In 2040 zijn fossiele brandstoffen op onze bouwplaatsen verleden tijd. Tjard Breteler, projectmanager Schoon en Emissieloos Bouwen bij ProRail, neemt ons mee van het verleden naar de toekomst.
1919 – 2015: bijna 100 jaar diesel
Kort na de Eerste Wereldoorlog kwamen de eerste compacte dieselmotoren op de markt. Die werden al snel gebruikt voor de aandrijving van bijvoorbeeld kranen en graafmachines. De echte doorbraak van bouwmaterieel op diesel kwam in 1931. Producent Caterpillar bracht toen de Diesel Sixty op de markt: een rupsbandtractor die bewees dat dieselmotoren krachtiger én zuiniger zijn dan benzine of stoom voor de aandrijving van bouwmaterieel.
Foto's via Utrechts Archief
Diesel bleek een blijvertje. Tegenwoordig hebben we er al bijna een eeuw ervaring mee. Dat heeft enorme voordelen, zegt Tjard. Hij stuurt binnen ProRail het team aan dat stapje voor stapje emissieloos materieel op de spoorbouwplaats introduceert. Met diesel zijn we volgens Tjard al tientallen jaren ‘onbewust bekwaam’. “Elke aannemer weet precies: als we dit werk moeten doen, hebben we dat materieel nodig, in deze hoeveelheid. Ze hoeven er bijna niet over na te denken”, zegt hij.
“Dat werkt natuurlijk goed en efficiënt. Maar we weten inmiddels ook dat het anders moet. Dat kan moeilijk en spannend zijn, voor aanbesteders en aannemers. Het is wennen, dat is heel begrijpelijk. We moeten het samen gaan doen.”
Diesel en andere fossiele brandstoffen hebben een aantal belangrijke keerzijdes. Tjard: “De uitstoot van CO₂, stikstof en fijnstof zorgt voor klimaatverandering en schaadt natuur, luchtkwaliteit en gezondheid. Daarnaast zijn fossiele brandstoffen eindig en maken ze ons afhankelijk van andere landen. Er zijn allerlei redenen om op schonere energie over te stappen en naar mijn mening zijn ze allemaal waar.”
2015 – 2023: De aanloop naar nu
In de afgelopen jaren kwam de omslag naar emissieloos bouwen in een stroomversnelling. Internationale klimaatafspraken, nationale wet- en regelgeving en de stikstofproblematiek zorgden voor steeds meer druk om de uitstoot van de bouwsector terug te dringen. Een belangrijk moment was de presentatie van de Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen in 2023. Die beschrijft hoe de sector stap voor stap toewerkt naar schonere bouwplaatsen.
Kort daarna ondertekende ProRail samen met andere opdrachtgevers en opdrachtnemers het convenant SEB. Inmiddels zijn ruim 180 partijen aangesloten. ProRail koos daarbij voor het ambitieuze niveau. "We wilden niet afwachten, maar voortvarend aan de slag", zegt Tjard. "De overstap naar emissieloos bouwen is groot en vraagt om investeringen, samenwerking en veel nieuwe ervaring."
Stap voor stap emissieloos
Met het programma Schoon en Emissieloos Bouwen werken we aan een toekomst waarin bouwen aan spoor en stations geen schadelijke uitstoot meer veroorzaakt. Samen met partners realiseren we een nieuwe norm: schone bouwplaatsen zonder uitstoot van CO₂, stikstof en fijnstof bij de inzet van materieel. We werken toe naar volledig emissieloos bouwen in 2040 en dragen zo bij aan een stillere en gezondere werk- en leefomgeving. Lees meer op onze programmapagina.
2023 – 2026: De eerste stappen
De grote vraag is natuurlijk: hoe ga je van start? Er was eigenlijk maar één optie, stelt Tjard: door het gewoon te gaan doen. “In die beginfase weet je eigenlijk nog niets. Wat werkt goed? Wat werkt totaal niet? Tegen welke nieuwe uitdagingen loop je aan? En hoe los je die vervolgens op? Dat moesten we allemaal gaan uitvinden.”
Experimenteren, ervaren en uitproberen dus. Voor ProRail was een logisch startpunt de krol: een kraan op lorries. Dit is een machine met zowel rubberen banden als stalen spoorwielen, zodat die over de gewone weg en over het spoor kan rijden. “We gebruiken die heel veel bij spoorwerkzaamheden, dus vroegen we aannemers om hun krollen om te laten ombouwen. Zo konden we zien hoe dat werkte en ervaring opdoen. Ombouwen moest ook wel, want een nieuwe emissieloze krol was toen nog helemaal niet te koop.”
“De eerste elektrische krollen waren nog niet super”, herinnert Tjard zich. “De accu was ver voor het einde van de werkdag leeg, opladen duurde veel langer dan tanken en het motorvermogen was ook lager dan die van een krol op diesel. Dat was even schrikken. Maar we zijn nu drie jaar verder en de elektrische krol van nu doet eigenlijk op geen enkele manier onder voor zijn dieselbroertje. Met behulp van wisselaccu’s kan die prima een hele werkdag draaien en doet dat nog stiller ook. Het kan dus heel hard gaan.”
Nu
Inmiddels is het drie jaar geleden dat ProRail het convenant SEB ondertekende. Waar staan we? “Momenteel wordt bijna de helft van onze projecten deels emissieloos aanbesteed”, zegt Tjard. “Dat is een goede eerste stap. Het betekent ook dat ProRail, aannemers en onderaannemers in korte tijd veel praktijkervaring hebben opgedaan.”
Waar ik vooral blij mee ben, is dat ProRail en aannemers elkaar in de samenwerking hebben gevonden. We bespreken veel hoe we de overstap kunnen versnellen en elkaar daarin kunnen versterken.”
Tegelijkertijd is er nog genoeg werk aan de winkel. Netcongestie, ‘file’ op het elektriciteitsnet, maakt de uitdaging bijvoorbeeld een stuk groter. Een tijdelijke bouwaansluiting is bijvoorbeeld lang niet altijd beschikbaar. Tjard: “Aannemers hebben tegenwoordig genoeg opties om daarmee om te gaan. Denk aan accu’s op de bouwplaats, bestaande aansluitingen in de buurt en bedrijven die energy-as-a-service aanbieden. Maar het maakt het allemaal niet gemakkelijker.”
Elektrisch materieel brengt ook nieuwe veiligheidsvraagstukken mee, bijvoorbeeld door de hoge stroomsterkte en doordat stille machines minder goed hoorbaar zijn. Dat vraagt om aangepaste werkwijzen en instructies.
2028 en verder
Er is dus nog genoeg werk aan de winkel. In 2028 moet al het lichte materieel op de bouwplaats emissieloos zijn. “Dat moet lukken, maar het blijft spannend”, zegt Tjard. “Materieel als minigravers en bobcats wordt op bijna elke bouwplaats in Nederland wel gebruikt. We moeten nu al anticiperen op de groeiende vraag naar emissieloze varianten.”
Na 2028 is het middelzware en zware materieel aan de beurt, net als het transport van en naar de bouwplaats. Hierbij volgen we de routekaart van SEB. Tjard noemt als voorbeeld de kettinghor, een enorme werktrein die in één keer een lang stuk spoor kan onderhouden of vernieuwen.
"Om je een idee te geven: een gemiddelde graafmachine heeft een vermogen van ongeveer 130 kW. De kettinghor heeft een totaalvermogen van meer dan 1.000 kW, verdeeld over meerdere dieselmotoren. Zo'n machine volledig elektrisch aandrijven is een enorme uitdaging, maar niet alleen de energiebron is de uitdaging. Daarom moeten we voor deze categorieën specialistisch materieel samen met de markt op zoek naar de beste opties met als doel om emissies op de bouwplaats te reduceren.”
Deze reportage is gepubliceerd op: 7 oktober 2026