De architect vertelt
Sinds 2020 is architect Caroline Versteden van Office Winhov betrokken bij project PHS Nijmegen. Zij is verantwoordelijk voor het ontwerp van de nieuwe reizigerstunnel, de opgangen naar de perrons, het nieuwe perron 5-6 met perronkap, en de nieuwe westelijke stationsentree met fietsenstalling. Ze vertelt ons meer over het ontwerp.
Complex
“De opgave in Nijmegen was best ingewikkeld”, vertelt Caroline. “We moesten rekening houden met het monumentale station en de bestaande perrons. Daarnaast gelden er strenge eisen voor stations waarbinnen je moet werken.”
De Cultuurhistorische Waardestelling station Nijmegen van SteenhuisMeurs, de haalbaarheidsstudie van ingenieursbureau Arcadis en het Kader Ruimtelijke Kwaliteit station Nijmegen van Ziegler-Branderhorst vormden de kaders voor het ontwerp. “Infrastructurele projecten worden gekenmerkt door een optelsom van functionele eisen, die zorgen voor een beperkte ontwerpvrijheid. Maar juist daarbinnen toch de mogelijkheid vinden om iets moois en functioneels te maken vind ik fijn. Dat zie ik elke dag weer als een nieuwe uitdaging.”
Gelaagdheid
Caroline: “Bijzonder is de gelaagdheid in het project. Dat zie je terug in de opdracht: het ontwerpen van een overkapping van 320 meter lang, het behouden van de bestaande elementen en het ontwerpen van een nieuwe westentree. Maar ook letterlijk de locatie zelf: het station ligt op de spoelzandwaaier, een restant uit de ijstijd. Dat is ook echt voelbaar door het hoogteverschil in en rond het station.
“Wanneer je kijkt naar het bestaande stationsgebouw aan de centrumzijde kan de gelaagdheid niet mooier zichtbaar zijn. De oude bewaarde fragmenten van architect Cornelis Peters, de tijdelijk geplaatste voorzieningen die direct na de bombardementen werden aangebracht en dan de architect Van Ravensteyn die er later letterlijk overheen gebouwd heeft. Ik vind het heel bijzonder om daar op een respectvolle manier op aan te sluiten en toch te voldoen aan de eisen van nu.”
Reizigerstunnel
“De reizigerstunnel ligt in de ondergrond van het station. De vormgeving heeft veel invloed op hoe reizigers er doorheen lopen. Zo kozen we bijvoorbeeld voor afgeronde hoeken zodat de reiziger zich op een logische wijze door de tunnel verplaatst en de hoeken niet ervaart als een obstakel.”
“De vloer krijgt een natuursteen afwerking, zoals op de meeste stations in Nederland wordt toegepast. Die overkoepelende herkenbaarheid van stations in Nederland juichen wij toe als ontwerpers. De bakstenen gevelafwerking van de nieuwe westentree loopt door in de tunnel. Daardoor voelt het als het ware alsof je de spoelzandwaaier in loopt. Het ontwerp van het plafond moet de reiziger helpen zicht te kunnen oriënteren. Op belangrijke punten, zoals de opgangen naar de perrons, krijgt het plafond een verhoging en een speciaal lichtontwerp. Tussen de opgangen naar het perron bevinden zich winkels die zorgen voor levendigheid en service voor de reizigers.”
Perronkap
“Voor de perronkap van het nieuwe perron 5-6 lieten we ons inspireren door de constructie van de bestaande monumentale perronkappen en door het historisch onderzoek van het vroegere station van Peters. Zo kwam ik op het Zollinger-principe uit, een ruim honderd jaar oude bouwmethode voor koepeldaken, ontwikkeld door Friedrich Zollinger. Met allemaal kleine houten bogen van dezelfde lengte vormen we een sterke overspanning over het perron.”
“De kap komt op een stalen constructie in dezelfde kleur van de bestaande, historische kappen te staan. Zo sluiten we aan bij de cultuurhistorische waarde van het station en de bestaande perronkappen, maar voegen we ook een duidelijk leesbare nieuwe tijdslaag toe. Met 320 meter lengte wordt dit de langste houten perronconstructie in Nederland. En nog duurzaam ook, omdat het materiaal bespaart en het materiaal zelf CO2 opslaat.”
Westentree en fietsenstalling
“Voor de westentree met ondergrondse fietsenstalling keken we ook naar de geschiedenis. Vroeger was deze kant van de stad moeilijk bereikbaar door het hoogteverschil. De komst van de tunnel aan de Tunnelweg, ook een ontwerp van Ravensteyn, maakte daar een einde aan. De nieuwe westentree komt pal naast de tunnel te staan en sluit in hoogte precies hierop aan.”
“De westzijde van het station moet een aangename plek worden, overdag en ’s avonds. De westentree wordt hier een lichtbaken. Met een ingang op twee niveaus en een door de gemeente ontworpen groen voorplein, wordt de spoelzandwaaier meer zichtbaar en voelbaar. Zo komen landschap en architectuur mooi samen. Als materiaal is gekozen voor beton, dat we polijsten zodat het lijkt op natuursteen. Dit in combinatie met de bakstenen gevelafwerking is in materiaal en ritmiek een knipoog naar de oostgevel van Ravensteyn. De aardse kleuren versterken het gevoel dat je het landschap inloopt.”
Aangenaam verblijf met voelbare historie
Op de vraag waar reizigers straks blij van worden, antwoord Caroline: “Dat de westentree, de reizigerstunnel en de perrons aangename en robuuste verblijfsplekken zijn voor de reizigers. Waar de unieke groene omgeving en de historie voelbaar blijft.”
Caroline werkte eerder aan het Amstelstation met hetzelfde team van Office Winhov. “We werken met een drietal collega’s, van schets tot uitvoering, samen met opdrachtgever ProRail en ingenieursbureau Arcadis. In Nijmegen werken we ook nauw samen met de gemeente en aannemer Dura Vermeer. Mijn rol nu tijdens de uitvoering is het toetsen of de aannemer bouwt volgens het ontwerp, technisch en qua uitstraling. Het leukste aan mijn werk? Dat je binnen best moeilijke randvoorwaarden en complexiteit toch veel ontwerpplezier vindt. En dat wat ik ontwerp, minimaal 100 jaar gebruikt gaat worden.”
Steeds meer reizigers maken gebruik van station Nijmegen. En die groei zet in de toekomst door. ProRail past samen met de betrokken partners het station en het spoor in Nijmegen aan. Hiermee zijn we voorbereid op een toekomst met meer treinen die sneller kunnen rijden. Met voor de reiziger minder wacht- én reistijd. Lees hier meer over dit grootse project.
Deze reportage is gepubliceerd op: 12 maart 2026