Reportage

Banjeren door bramen

Kortebroekenweer is het voor inspecteur Peter Klaver nooit. Als één van twee inspecteurs omgevingsbeheer staat hij continu tot zijn knieën in de dichtbegroeide braambossen en een dicht oerwoud aan bomen en struiken. Wij lopen met hem mee op inspectie, op zoek naar een dassenburcht in de buurt van het spoor.

Buffelen

“Mijn werk is heel divers en door het hele land heen", vertelt Peter. “Vroeger was ik boswachter, gelukkig ben ik bij ProRail nog steeds het grootste gedeelte buiten. Maar wel inderdaad met een speciale broek. De bermen bij ons spoor zijn vaak goed begroeid met bramenstruiken en als je daar doorheen loopt met je normale broek, is-ie helemaal stuk.”

Die monitoringsronden moeten gelopen worden op het moment dat er nog maar weinig blad aan planten zit, anders zijn de holen en graafsporen niet zichtbaar. Onze inspecteurs en ecologen lopen kilometers langs het spoor en moeten vaak letterlijk door dichtbegroeide braambossen banjeren om mogelijke ingangen van burchten of gangenstelstels te vinden. Deze fysieke controles en de informatie uit de modellen zijn essentieel om te bepalen of we moeten ingrijpen. En als we dat moeten doen, is dat vaker bij beginnende graverij. Zo kunnen we tijdig en met de juiste vergunningen aan de slag en het spoor veilig houden.

Plattegrond van geurtjes

Als voormalig boswachter weet Peter veel van de verschillende dieren die hij kan tegenkomen op inspectie. “Wij strooien zand uit om te achterhalen welke pootafdrukken we herkennen. Zijn ze wat groter dan we gewend zijn, is het een vos. Maar het kunnen ook kleinere dieren zijn, zoals een steenmarter of een bunzing.”

Graafsporen van evers en dassen kan hij makkelijk onderscheiden: “Bevers graven redelijke rechten gangen, maar dassen maken al gauw veel bochten in hun stelsel. Dat heeft er ook mee te maken, dat ze zo meer trekking, meer lucht binnenkrijgen. Een das kan namelijk amper zien, daarom is het een nachtdier geworden. Maar hij kan wel 700 keer beter ruiken dan een mens. In zijn hoofd zit een soort plattegrond van geurtjes en zo verkent hij zijn territorium, op zoek naar voedsel.”

Technieken voor verkenning

Met verschillende technieken kan Peter de burchten verkennen. “We zetten stokjes aan het begin van een burcht en als die verbogen zijn, weten we dat daar een dier langs is gekomen. We hebben een endoscoop, een camera in een spiraalvormige buis. Zolang er niet te veel bochten in de burcht zitten, kan zo'n camera veel zien van zo'n burcht. Ook hebben we een meetstok waarmee we kunnen inschatten hoe lang, breed en hoog een gang is. Een tool berekent aan de hand daarvan het aantal kubieke meters zandverplaatsing. Hoe hoger in het spoorbed en hoe hoger het aantal kuub, hoe gevaarlijker het is natuurlijk.”

Om spoorbermen te verkennen maken we tegenwoordig soms gebruik van een speciale drone. Daarmee kunnen we ongehinderd en vanaf afstand heel snel een beeld vormen van graverij op een locatie.

Bij alle innovatie en ingrepen om het spoor veilig te houden, staat voor ProRail voorop dat we de das niet te veel willen verstoren bij onze werkzaamheden. Bij de ontwikkeling houden we in de gaten hoe de das erop reageert. Schrikt hij niet te veel? Pakt hij zijn leven gewoon weer op? Heeft lokaal herstel geen negatieve invloed op de rest van de burcht? Dan hebben we een win-win situatie voor das en treinreiziger.

Een das in het spoor? Dat niet zo mooi. We snappen het wel, dat dassen er af en toe voor kiezen om holen te graven in onze spoordijken. De omgeving van het spoor is vaak rustig en de helling van een spoordijk is voor een das ideaal terrein om in te graven. Maar dat stelt ons als duurzame spoorbeheerder voor dilemma’s. Lees meer over dit fascinerende onderwerp.

Deze reportage is gepubliceerd op: 5 februari 2026