: Proeftuin voor duurzaam bouwen
Toen het werk voor PHS Amsterdam in 2021 werd aanbesteed, stond schoon en emissieloos bouwen nog relatief in de kinderschoenen. Inmiddels begeleidt Mieke de uitvoering van verschillende duurzame maatregelen. Ze toetst onder meer of aannemers hun beloften op het gebied van emissieloos bouwen en duurzaam materiaalgebruik nakomen. “Wat we vooraf op papier hebben bedacht, zien we nu buiten gebeuren. Daardoor ontdekken we wat wel en niet werkt.”
Van diesel naar elektrisch
Neem het elektrische bouwmaterieel. Vooraf is ingeschat welk materieel nodig is voor de werkzaamheden en hoeveel CO₂-uitstoot dat normaal gesproken veroorzakt. Aannemers werden vervolgens uitgedaagd die uitstoot zoveel mogelijk terug te brengen. De winnende aanbieding ging uit van maar liefst 87 procent CO₂-reductie ten opzichte van dit dieseluitgangspunt. Dat leidde onder meer tot de inzet van elektrisch materieel en vervoer van zand en andere bulkmaterialen over het water.
'Een elektrische minishovel kan zich op een zandige bouwplaats zomaar vastgraven'
De inzet en monitoring van elektrisch bouwmaterieel levert bovendien nieuwe inzichten op. Vooraf werd de materieelinzet vaak in hele of halve dagen ingeschat, terwijl een kraan in de praktijk bijvoorbeeld lang niet acht uur per dag draait. “Door de inzet van elektrisch bouwmaterieel nauwkeurig te monitoren, ontdekken aannemers dat het werkelijke verbruik lager kan liggen dan vooraf gedacht. Dat inzicht geldt niet alleen voor elektrisch materieel, maar waarschijnlijk ook voor dieselmaterieel. Met die praktijkervaring kunnen aannemers bij volgende tenders veel scherper inschatten wat werkelijk nodig en haalbaar is.”
Ook het werken met elektrisch materieel is wennen. “Een elektrische minishovel trekt veel sneller op dan een dieselvariant. Als je te enthousiast optrekt, kan ‘ie zich op een zandige bouwplaats zomaar vastgraven.” Daarnaast is het opladen volgens Mieke een zoektocht. “Hoe lang kan een machine op één acculading werken? Dat leren we nu in de praktijk en die ervaringen delen we met andere projecten.”
Meten wat er werkelijk gebeurt
Duurzame ambities afspreken is één ding, maar hoe weet je tijdens de uitvoering of ze daadwerkelijk worden waargemaakt? Daarom monitort de aannemer onder meer het gebruik van materieel en brandstoffen. Bij moderne machines kan dat realtime met sensoren. Op de bouwplaats gebeurt het enerzijds met een app, die tankbeurten koppelt aan bouwmaterieel en chauffeur, en ook via inkoopbonnen en uitvoerdersdagboeken.
“Ook daarin is PHS Amsterdam een leerproject. Want hoe betrouwbaar zijn de verschillende meetmethodes? En hoe ver ga je daarin?” Vooral bij transport blijkt dat soms ingewikkeld. Een volledige vracht zand naar de bouwplaats is eenvoudig te monitoren en toe te rekenen. Maar wat als een kleine levering onderdeel is van een veel grotere rit? “In onze pilot wilden we al het transport over de weg meenemen. In volgende projecten heeft ProRail transport niet meegenomen, omdat dat bij deelleveringen een enorm ingewikkelde boekhouding wordt. Dan merk je dat de praktijk weerbarstiger is dan je vooraf bedenkt.”
'We kijken steeds kritisch hoeveel materiaal we eigenlijk nodig hebben'
Eerst kijken wat er al is
Duurzaamheid betekent ook: niet automatisch iets nieuws plaatsen. “Zo inventariseren we welke funderingen van bovenleidingsportalen en schakelkasten opnieuw kunnen worden gebruikt, binnen PHS Amsterdam of op een ander project. Daarnaast kijken we steeds kritisch hoeveel materiaal we eigenlijk nodig hebben. Boven de sporen hangen nu bijvoorbeeld grote stalen portalen voor de rijdraden. Als je slechts één of twee sporen hoeft te overbruggen, kun je soms ook volstaan met één paal met een arm. Dan heb je simpelweg veel minder staal nodig. En ProRail werkt aan een circulaire rijdraad, waarbij het koper opnieuw wordt gebruikt. We kijken of we die straks hier kunnen toepassen.”
Leren door te doen
Een volgende proeftuin dient zich ondertussen alweer aan: een laadplein waar aannemers elektrisch bouwmaterieel kunnen opladen. Een logisch idee, zou je denken. In de praktijk roept het echter allerlei nieuwe vragen op. “Hoe richt je zo'n laadplein veilig in? Hoe verdeel je de beschikbare laadpunten over verschillende aannemers? En hoe verreken je de gebruikte stroom, terwijl ProRail zelf geen energieleverancier mag zijn?”
Precies daarin zit voor Mieke de waarde van PHS Amsterdam. Schoon en emissieloos bouwen is binnen ProRail inmiddels veel verder ontwikkeld dan toen het project begon. De ervaringen uit Amsterdam helpen daarbij. “Je loopt tegen ontzettend veel praktische zaken aan. Maar door ze hier op te lossen, weten we straks beter hoe het wél kan.”