Kabinet geeft ProRail ruimte voor spooronderhoud en -vernieuwing
Nieuws
De infrastructurele opgave in Nederland is enorm. In het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds zit te weinig geld om alle ambities te realiseren. Het kabinet heeft vrijdag 16 oktober bekendgemaakt dat er 18 miljard extra wordt geïnvesteerd in het onderhoud en de vernieuwing van wegen, bruggen, waterwerken en ook in het spoor. ProRail is blij dat dit voor de komende acht jaar op veel fronten duidelijkheid geeft.
Ruimte voor vernieuwing en instandhouding
Mirjam van Velthuizen, CEO bij ProRail, is positief: "We zijn blij dat er voor de komende acht jaar middelen beschikbaar zijn voor de urgente opgave van instandhouding en vernieuwing van onze spoorinfrastructuur. Dit betekent bijvoorbeeld meer ruimte voor dagelijks onderhoud, vernieuwing van de HSL, aanleg van het nieuwe beveiligingssysteem ERTMS , suïcidepreventiemaatregelen en we kunnen starten met noodzakelijke werkzaamheden voor weerbaarheid. Daarmee kunnen we weer vooruit en komt een aantal noodzakelijke werkzaamheden van het slot."
Volgens Van Velthuizen laat het besluit zien dat het kabinet de urgentie van de opgave onderkent. "De afgelopen maanden hebben we ervaren dat het kabinet het belang van deze opgave ziet. Het prioriteringskader is daarvan een belangrijke bevestiging.
De periode na acht jaar
Tegelijkertijd benadrukt ProRail dat de opgave niet stopt en we ook scherp moeten blijven op voldoende financiering voor het werk na 2034. Veel vernieuwingsprojecten kennen een lange voorbereidingstijd en vragen jaren van planning en uitvoering. "De opgave om het spoor veilig, betrouwbaar en toekomstbestendig te houden, blijft ook in de toekomst groot. Daarvoor is tijdige en structurele financiële zekerheid nodig. We moeten vandaag al plannen maken en voorbereidingen treffen voor projecten die we over bijvoorbeeld 8-10 jaar willen gaan uitvoeren."
Volgens Van Velthuizen is het daarom belangrijk dat overheid en politiek tijdig duidelijkheid geven over toekomstige investeringen. "Het is aan het ministerie en de politiek om tijdig keuzes te maken en de benodigde middelen beschikbaar te stellen. Wij brengen de opgave, de benodigde investeringen en de gevolgen van keuzes in beeld, zodat die afwegingen goed gemaakt kunnen worden."
Sterke organisatie voor een maakbare opgave
Volgens Van Velthuizen blijft ook het behoud van een sterke organisatie essentieel: “We blijven altijd kritisch kijken naar hoe we ons eigen werk zo efficiënt en effectief mogelijk kunnen uitvoeren en de beschikbare middelen zorgvuldig kunnen benutten.
Tegelijkertijd vraagt de omvangrijke opgave om een sterke en stabiele organisatie, met voldoende kennis en capaciteit om het werk samen met de markt betrouwbaar te kunnen realiseren. Daarom blijf ik bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aandacht vragen voor mogelijke gevolgen van toekomstige taakstellingen voor de uitvoerbaarheid van onze opgave. We moeten ervoor zorgen dat we ambities ook daadwerkelijk kunnen waarmaken.”
Samen verder
Van Velthuizen kijkt uit naar de verdere samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
"Met het prioriteringskader is een belangrijke stap gezet. Nu is het zaak om samen zicht te houden op effectieve uitvoering en de resterende opgave. Zo kunnen we de afgesproken werkzaamheden verantwoord uitvoeren en blijven we werken aan een veilig en betrouwbaar spoor, nu en in de toekomst."
Met het prioriteringskader is een belangrijke stap gezet. Nu is het zaak om samen zicht te houden op effectieve uitvoering en de resterende opgave.
Waarom was deze herprioritering nodig?
Nederland staat voor een omvangrijke onderhouds- en vernieuwingsopgave. Veel onderdelen van de infrastructuur zijn tientallen jaren oud en worden intensiever gebruikt dan oorspronkelijk voorzien. Tegelijkertijd zijn er plannen voor nieuwe infrastructuur, onder meer voor woningbouw, economische ontwikkeling en een betere bereikbaarheid van regio's.
Zelfs na de extra investeringen die eerder zijn aangekondigd, waren er onvoldoende middelen en uitvoeringscapaciteit beschikbaar om alle wensen en projecten uit te voeren. Daarom heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat alle infrastructurele projecten opnieuw beoordeeld en gewogen.
Projecten opnieuw beoordeeld
Bij de herprioritering is gekeken naar onder meer veiligheid, bereikbaarheid, woningbouw, economische ontwikkeling, regionale spreiding, haalbaarheid en mogelijke alternatieven. Ook weerbaarheid en defensie speelden een rol in de gemaakte afwegingen.
Het kabinet maakt hierin de politieke keuzes en legt daarover verantwoording af aan de Tweede Kamer. ProRail heeft, net als Rijkswaterstaat, informatie aangeleverd over de staat van de infrastructuur, de benodigde investeringen, lopende projecten en de uitvoerbaarheid van werkzaamheden.
Wat zijn het Mobiliteits- en Deltafonds?
Het Rijk gebruikt het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds om te investeren in de Nederlandse infrastructuur. Vanuit het Mobiliteitsfonds worden onder meer de aanleg, het onderhoud en de vernieuwing van het spoor gefinancierd. Het Deltafonds is bedoeld voor investeringen in waterveiligheid, zoetwatervoorziening en een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Voor ProRail is vooral het Mobiliteitsfonds van groot belang: de beschikbare middelen bepalen mede hoeveel ruimte er is om het spoor te onderhouden, te vernieuwen en uit te breiden. Daarmee hebben keuzes over de inzet van het fonds direct invloed op de werkzaamheden die ProRail kan uitvoeren en op het veilig en betrouwbaar houden van het spoor voor reizigers en goederenvervoer.