Winter : Een aangepaste dienstregeling

Het rijden met een aangepaste dienstregeling, met als reden: hevige sneeuwval. Hoe ver van tevoren houden we rekening met dit soort winterse omstandigheden? Het besluitvormingsproces in vier stappen. 

Besluitvorming

Ons weerbureau Infoplaza houdt de weersomstandigheden via monitorbewaking in de gaten. Dat doen we 24/7. Verkleurt het beeld? Dan gaan we aan de slag. Wij hanteren daarbij een waarschuwingssysteem van 1 tot 3, waarbij 3 de hoogste waarschuwing is. Maar wanneer besluiten we dat er aangepast wordt gereden? 

1.

Stel: over acht dagen is er minstens tien procent kans op 1,5 centimeter sneeuw. Dan geldt weercode 1 en gaat de eerste waarschuwing al uit naar de hele spoorsector. Dat klinkt misschien vroeg, maar we moeten tijdig anticiperen op sneeuwval. Zien we een flinke sneeuwdreiging aankomen? Dan steken we op sommige locaties vijf dagen vóór de verwachte sneeuwval al de wisselverwarming aan.

2. 

Die eerste waarschuwing bereikt ook het OCCR, ons operationeel controlecentrum in Utrecht. Een meteoroloog brieft de Officier van Dienst-Spoor en de Officier van Dienst-Asset. Samen worden de verschillende weerscenario’s doorgesproken. Op basis van die briefing wordt het besluitvormingsproces wel of niet opgestart. Dat hangt van een aantal zaken af. De locatie en het tijdstip van de sneeuwval bijvoorbeeld. Valt die overdag in Groningen, dan is de kans op een aangepaste dienstregeling een stuk kleiner dan als het tijdens de spits sneeuwt in de Randstad.

3. 

De dag vóór de verwachte sneeuwval komen alle betrokken partijen ’s ochtends en ’s middags bijeen. Wordt ’s ochtends het voorgenomen besluit genomen om aangepast te rijden? Dan hebben we 8 uur nodig voor de voorbereiding. Om 11.00 volgt een geüpdatet weerbericht en rond 16.00 maken we de definitieve beslissing. Dat doen we dan pas omdat weersverwachtingen - en zeker sneeuw -  grillig zijn. Het voorbereiden van een aangepaste dienstregeling betekent dus niet altijd uitrollen. Maar het doel is altijd: voorspelbaar rijden.

4.

Op de dag dat het gaat sneeuwen staat de hele operatie, inclusief incidentenbestrijders en aannemers, klaar om problemen op het spoor snel op te lossen. Waar mogelijk zijn ze opgeschaald om alles zo goed mogelijk te laten verlopen. Als de sneeuwval is gaan liggen, wordt het hele besluitvormingsproces geëvalueerd.

Verschillende aanpassingen

Een dienstregeling aanpassen kan op verschillende manieren:

  • Regionale ontluchtende dienstregeling (ROD)
    Dan rijden er in een bepaalde regio minder of geen treinen.

  • Landelijk uitgedunde dienstregeling (LUD)
    De gehele dienstregeling wordt aangepast en we gebruiken minder wissels. Dit is de zogenoemde Kern Infra Fase B. Met de inzet van grofweg een derde van alle wissels, beperken we het in bedrijf kunnen houden van het aantal wissels tijdens sneeuwval.

  • Nooddienstregeling
    Dan schalen we de dienstregeling af tot het meest minimale. Slechts een handvol wissels zijn nog in bedrijf. Deze vorm is in het leven geroepen om in code rood nog mensen met kritische beroepen per trein te kunnen vervoeren. Dit is gelukkig nog nooit voorgekomen.

 

Moeilijk grip krijgen

Het komt weleens voor dat we besluiten dat vervoerders een aangepaste dienstregeling gaan rijden, die uiteindelijk niet nodig blijkt te zijn. Of juist andersom: dat het weer toch zwaarder wordt en aanpassing wenselijk was geweest.

We maken het onszelf dus best moeilijk om 24 uur van tevoren een (voorgenomen) besluit te nemen. Het weer kan dan nog alle kanten op. We proberen daar zoveel mogelijk grip op te krijgen, maar zeker sneeuw is erg onvoorspelbaar. De kans bestaat dus dat we toch een verkeerde beslissing nemen voor de reiziger. Dat nemen we mee in de evaluatie achteraf.

Spoorwerkcheck

Woon of werk je binnen 300 meter van het spoor? Maak dan gebruik van onze spoorwerkcheck. Je ziet direct welke werkzaamheden in jouw buurt gepland staan.

Geen geldig huisnummer, vul alleen het cijfer in.

Geen geldige postcode, vul alleen cijfers en letters in zonder spatie.