Bruggen en tunnels

In Nederland hebben we veel wegen over land en water. Via tunnels en bruggen kan het verkeer en het treinverkeer veilig kruisen. In de techniek of systemen van spoortunnels en -bruggen kán storing optreden. Maar we zorgen voor scherpe controles. Zodat het zeker is dat een trein altijd veilig kan doorrijden.

Aanrijding of aanvaring bij brug

Auto- of vrachtverkeer kan tegen een brug aanrijden, of een boot kan een brug aanvaren. Dan kan serieuze gevolgen hebben. De spooraannemer onderzoekt daarom of er schade aan de brug is, en wat de schade voor effect op de veiligheid heeft. Als het niet volkomen veilig is om een trein over de brug te laten rijden, moet het treinverkeer worden omgeleid.

Beweegbare bruggen

Dankzij techniek kunnen bruggen als zoals een ophaalbrug bewegen. Techniek die ervoor zorgt dat de brug goed op zijn plaats blijft, én controleert dat de brug ook goed ligt als er een trein over moet rijden. Een storing kan komen doordat de aansturing of de stroomtoevoer niet goed werkt. Bovendien kan het materiaal van een brug reageren op het weer. Warmte zorgt dat ijzer en staal uitzet, terwijl erg koud weer maakt dat beweegbare delen minder makkelijk bewegen.     

Systemen in tunnels

In tunnels zitten veel systemen die de veilige rit door de tunnel moeten garanderen. Deze controleren onder andere of de verlichting het doet, of er vluchtwegen aanwezig zijn, of alle brandveiligheidssystemen op orde zijn. Op het moment dat iets niet in orde blijkt, moet eerst gecontroleerd worden waar dat aan ligt.

Wat betekent het voor het treinverkeer?

Een verstoring in of bij bruggen en tunnels kan vertraging geven. Doordat de meeste bruggen en tunnels geen wissels hebben, kunnen andere treinen er dan niet langs rijden. Ook de controles bij bruggen kunnen soms wat langer duren. Want een trein mag alleen doorrijden als het gegarandeerd veilig is.

Een brug of tunnelstoring? In een animatie leggen we het uit!