Winter

De winter kan een lastige periode zijn voor het treinverkeer. Het spoor is kwetsbaar voor sneeuw en strenge vorst. Daarom nemen we maatregelen om het spoor zo goed mogelijk te wapenen tegen winters weer. Dat doen we tijdens de winter, maar ook al daarvoor.

Een aangepaste dienstregeling

Wordt er sneeuw of vorst voorspeld? Dan kunnen ProRail en de vervoerder uit voorzorg de dienstregeling aanpassen. Er rijden dan minder treinen (halfuurdiensten in plaats van kwartierdiensten). Hierdoor is er ruimte om eventuele vertragingen op te vangen, en het treinverkeer om te leiden. Bovendien kan personeel en materieel dan alsnog snel op de juiste plek zijn. Zo voorkomen we dat een lokale verstoring het treinverkeer in grote delen van het land ernstig ontregelt.

We passen de dienstregeling alleen aan na uitgebreid meteorologisch advies van het Operationele Controle Centrum Rail (OCCR): een samenwerking van ProRail, vervoerders en spooraannemers. Het weerbureau van het OCCR volgt de weersvoorspellingen nauwlettend, werkt samen met Weerplaza en het KNMI, én houdt de sociale media in de gaten voor actuele weersituaties. Een speciaal crisisteam van ProRail en NS besluit uiteindelijk of de aangepaste dienstregeling van kracht wordt.

Om de dienstregeling aan te kunnen passen, moet er in ieder geval sprake zijn van 10% kans op meer dan 3 cm sneeuw. Of van 50% kans op minimaal 10 graden vorst.

Sneeuw- en storingsploegen

ProRail heeft tientallen sneeuwploegen en extra storingsploegen klaar staan voor winters weer. De sneeuwploegen zorgen dat het spoor en de wissels zoveel mogelijk ijs- en sneeuwvrij blijven. Is er toch een storing of defecte wissel? Dan verhelpt de storingsploeg het probleem zo snel mogelijk.

Winter op het station

Sneeuw en vorst kunnen voor gladheid zorgen, vooral op perrons. Daarom strooien we bij winters weer op de meeste stations zand, zout of dooikorrels. Als er sneeuw valt zorgen we ervoor dat de perronranden, de looppaden en de toegangswegen sneeuwvrij zijn.

Wissels verwarmd en sneeuwvrij

Sneeuw maakt de kans op storingen aan wissels groter. Ze kunnen bevriezen, of blokkeren door ijs en sneeuw. Het verwarmen van de wissels kan dat voorkomen. Zodra het koud wordt, verwarmen we daarom 5500 van de ruim 7000 wissels met wisselverwarming. We zorgen dat de verwarmingen goed werken door ze goed te onderhouden, op tijd te inspecteren en te laten ‘proefbranden’. In de komende jaren komt overal op het spoor een nieuw, robuuster wisselverwarmingssysteem.

Daarnaast graven we veel wissels uit. Sneeuw en ijs blijven dan niet op de wissel liggen, maar vallen erdoor heen.

Anti-icing onder de trein

Sneeuw kan zich aan de onderkant van treinen hechten, en ijsblokken vormen. Vallen die ijsblokken, dan kunnen ze treinen beschadigen en wissels blokkeren. Om dat tegen te gaan besproeien we in de winter regelmatig de onderkant van treinen met warme glycol. Door deze ‘anti-icing’ kan sneeuw zich een aantal weken moeilijk hechten. We hebben 6 anti-icing-installaties: in Hoofddorp, Amsterdam (Watergraafsmeer), Utrecht (Cartesiusweg), Nijmegen, Den Haag en Eindhoven.

IJzel en rijp

Vorst, samen met mist en weinig wind, kan leiden tot rijp op de bovenleiding. IJzel kan zorgen voor ijsgroei aan de bovenleiding. Zulke rijp of ijsvorming op de bovenleiding veroorzaakt slijtage van de stroomafnemer op de trein. Én vermindert het contact. In het ergste geval krijgt de trein geen stroom en kan hij niet rijden. Om hinderlijke ijsaangroei te voorkomen, blijven we zo veel mogelijk rijden met (lege) treinen.

Winterwegsleepdienst

Het kan gebeuren dat een trein onderweg strandt door winterse omstandigheden. Dan willen we voorkomen dat reizigers lang in de trein moeten verblijven. Daarom staan er bij verwachte extreme weersomstandigheden diesellocomotieven paraat om gestrande treinen weg te slepen.

Buitenland

Ook in andere Europese landen vormen sneeuw, vorst, ijzel  en rijp iedere winter weer een uitdaging. Onze Engelse, Franse, Belgische, Duitse, Zwitserse en Oostenrijkse collega’s nemen ook allerlei maatregelen. We gaan regelmatig op bezoek bij deze landen om kennis te delen.

Winter op het spoor: wat gebeurt er en wat doen wij?

Veelgestelde vragen

Waarom passen ProRail en NS de dienstregeling soms aan?

Wanneer er op het spoor tegelijkertijd meerdere storingen zijn, bestaat het risico dat de treindienst in een groter gebied ernstig verstoord raakt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij ernstige sneeuwval.

Als we dit kunnen voorspellen, kunnen we besluiten om te gaan rijden met een aangepaste dienstregeling. Er rijden dan minder treinen en reizigers moeten vaker overstappen. Daardoor komt er meer ruimte op het spoor om mogelijk verstoringen op te vangen en te herstellen. Reizigers kunnen er dus enige hinder van ondervinden, maar we voorkomen wel dat het treinverkeer helemaal stil komt te liggen.

Wat is de rol van het Operationeel Controle Centrum Rail (OCCR) bij grote verstoringen?

Het OCCR is een samenwerkingsverband van ProRail, de spoorvervoerders en spooraannemers. Dit centrum bestaat sinds oktober 2010 en coördineert de afhandeling van calamiteiten en incidenten op het spoor. Zo kunnen ze snel tot een gezamenlijk besluit komen over de te nemen maatregelen.

Via een zogenaamde ‘spoorradar’ beschikken alle betrokken partijen over actuele, correcte, complete en eenduidige informatie op het gebied van storingen en punctualiteit. Ze werken dus vanuit dezelfde informatie en kijken naar dezelfde grafieken.

Hebben treinen in andere landen ook problemen met winterweer?

Ook in landen als Zwitserland, Zweden en Engeland leidt sneeuw regelmatig tot overlast. Daarom wisselen wij informatie uit met onze collega’s binnen als buiten Europa. Op deze manier leren wij van elkaar. Lees hier meer over in de benchmark (pdf) die in opdracht van de minister van Infrastructuur en Milieu is uitgevoerd.

Wat is het grootste probleem op het spoor in de winter?

In de winter is de kans op storingen groter dan in de rest van het jaar. Om te zien waardoor in de winter de grote problemen ontstaan, hebben we de afgelopen winters geanalyseerd. Uit die analyses blijkt dat het heel lastig is om het treinverkeer in beweging te houden als er tegelijkertijd meerdere storingen zijn op belangrijke plekken.

NS en ProRail werken samen aan een fundamenteel onderzoek naar de huidige wijze van het spoorsysteem. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar optimale inzet van de medewerkers en ICT-systemen.

Wat heeft ProRail anders gedaan dan voorgaande winters?

Samen met vervoerders en aannemers hebben we de winterdraaiboeken aangescherpt en hiermee geoefend. We hebben de controle van de wisselverwarming verbeterd. Op de belangrijkste wissels hebben we een systeem aangebracht waarmee we op afstand het functioneren van het wissel kunnen zien. Ook hebben we de proef tegen ijsvorming onder treinen verder uitgebreid. Daarnaast hebben we bij verwacht slecht eerder een aangepaste dienstregeling ingezet.

Alle veelgestelde vragen over Winter

Hoe werkt het omleiden van een trein bij een winterstoring?

Uit voorzorg aanpassen dienstregeling