Spoor minder gevoelig voor weersomstandigheden

Om de gevolgen van winters weer zoveel als mogelijk te beperken is ProRail twee jaar geleden begonnen met een nieuwe aanpak om hinder op het spoor te voorkomen en beter voorbereid te zijn op wisselende weersomstandigheden. En met resultaat!
Weersverwachting van ons weerbureau voor de komende dagen

Waren er in 2015 nog 819 incidenten door weersomstandigheden zoals gladde sporen, ijzel, sneeuw, storm, bliksem, wateroverlast, extreme kou en hitte. Vorig jaar waren dat er 687 (15% minder) in 2017 waren het tot nu toe nog 515.

Voorspel-applicatie

De afgelopen twee jaar heeft ProRail samen met weerbureau Infoplaza een innovatief ‘spoorweer-voorspelapplicatie’ ontwikkeld. Daarbij wordt onder meer gekeken naar plaatsen waar gladde sporen, ijzel, vorst, maar ook windkracht invloed kan gaan hebben op de dienstregeling.

Sensoren

De afgelopen jaren heeft ProRail ook geïnvesteerd in meer sensoren in het spoor, op wissels en bovenleidingen en wordt dagelijks met speciale meettreinen geïnspecteerd hoe t spoor reageert op onder meer wisselende weersomstandigheden. Dit levert een schat aan nieuwe informatie, die op moment dat je het gaat combineren ons in staat stelt het spoor vertragingen te voorkomen.

Gerichte maatregelen

De informatie die we daaruit halen vormen samen met de gedetailleerde weersvoorspellingen de nieuwe applicatie. Dit zorgt er samen voor dat ProRail nog verder van te voren in staat is te voorspellen waar mogelijke weersinvloeden kunnen gaan spelen en kan ProRail dus lokaal veel gerichter extra maatregelen inzetten om de hinder te voorkomen.

Gevoelig voor wisselende weersomstandigheden

Net als op de weg en in de luchtvaart is het spoor systeem gevoelig voor wisselende weersomstandigheden en zal ondanks alle maatregelen daar altijd gevolgen van ondervinden. 

Regen en blad

In de herfst zijn de sporen vaak glad. Dit komt door regen en vochtige lucht, maar ook doordat bladeren op het spoor vallen. Bij gladde sporen moeten treinen langzamer rijden. Zodat ze niet ‘doorglijden’, bijvoorbeeld op een overweg of bij een station. Om de overlast van gladde sporen te beperken rijden er speciale geltreinen. Deze geltreinen smeren een gel (Sandite) vanuit de trein op het spoor. Dit maakt de sporen minder glad, wat ervoor zorgt dat de treinen beter volgens de dienstregeling kunnen rijden.

Sneeuw en ijs

Sneeuw maakt de kans op storingen aan wissels groter. Ze kunnen bevriezen, of blokkeren door ijs en sneeuw. Sneeuw kan zich aan de onderkant van treinen hechten, en ijsblokken vormen. Vallen die ijsblokken, dan kunnen ze treinen beschadigen en wissels blokkeren. Om dat tegen te gaan besproeien we in de winter regelmatig de onderkant van treinen met warme glycol. Door deze ‘anti-icing’ kan sneeuw zich een aantal weken moeilijk hechten. We hebben op verschillende plekken in het land anti-icing-installaties.

Onweer en storm

Onweer en harde wind kunnen voor onveilige situaties zorgen. Denk aan takken op het spoor of in de bovenleiding. Een blikseminslag kan storingen in de systemen en uitval veroorzaken. Meestal zorgen bliksemafleiders dat de treinen gewoon kunnen blijven rijden. Maar als de systemen van ProRail beschadigd raken door bliksem, kan een groot deel van het treinverkeer stil komen te liggen.

Wat betekent het voor het treinverkeer?

Natuurlijk houden we de weersvoorspellingen nauwlettend in de gaten. En doen we er alles aan om storingen te voorkomen. Het kan daarbij voorkomen dat we uit voorzorg de dienstregeling aanpassen. Bijvoorbeeld bij verwachte hevige sneeuwval. Een trein rijdt dan iets minder vaak. Maar we voorkomen daarmee ernstige ontregeling van het treinverkeer.