Forse investeringen in openbaar vervoer voor bereikbaarheid

Nieuws

Gepubliceerd op 14 november 2022

Nederland investeert de komende decennia fors in het openbaar vervoer. Dat blijkt uit de toekenning van de zogenoemde MIRT-gelden die de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) vandaag bekend hebben gemaakt.

Geld voor infrastructuur

Landelijk gaat zo’n 46 procent van de beschikbare 7,5 miljard euro naar openbaar vervoer. 37 procent gaat naar de auto. Daarnaast gaat tien procent naar de fiets en zeven procent naar zogenoemde ‘mobility hubs’, waarin zo veel mogelijk vervoersvormen samenkomen.

MIRT staat voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport. Elk najaar gaat het Rijk met de regio’s om tafel om de investeringen te bepalen voor weg, water en spoor. Dit jaar is anders dan andere jaren, omdat er ook geld beschikbaar is voor infrastructuur om nieuwe woongebieden bereikbaar te maken. 

Commitment

John Voppen, CEO van ProRail: “De toewijding die het rijk met deze investeringen toont is historisch en ongelooflijk goed nieuws. Zonder efficiënt, snel en duurzaam openbaar vervoer is het bouwen van meer woningen en ruimte om te werken niet mogelijk. Voor een goede ontsluiting van de verstedelijkingslocaties is het nodig om bestaande verbindingen en knooppunten aan te pakken. De gelden die nu beschikbaar komen zijn dan ook broodnodig. Wij zijn hier als spoorbeheerder en als voorvechter van duurzaam OV erg blij mee.”

De toewijding die het rijk met deze investeringen toont is historisch en ongelooflijk goed nieuws.

John Voppen CEO bij ProRail

Ontsluiting woongebieden

Een voorbeeld van investeringen in ontsluiting van nieuwe woongebieden is de ruim 1,5 miljard euro die in de ‘Oude Lijn’ tussen Leiden, Rotterdam en Dordrecht wordt geïnvesteerd. Zuid-Holland is de meest dichtbevolkte provincie van Nederland. Tot 2040 komen daar nog eens 400.000 mensen bij. Tot 2030 worden rondom deze spoorlijn circa 75.000 woningen, kantoren, zorg- en onderwijsclusters gebouwd.

Ook zijn er tientallen miljoenen beschikbaar voor de ontwikkeling van station Suikerzijde en spoorverdubbeling in Groningen. In de regio Oost wordt een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van de RegioExpres, een sneltreinverbinding Arnhem-Doetinchem-Winterswijk. Voor project Zuidasdok inclusief derde perron op Amsterdam Zuid zijn ook middelen vrijgemaakt. De verdere ontwikkeling van belangrijke stations, zoals bijvoorbeeld Amersfoort Centraal en Almere en de ontwikkeling van het stationsgebied in Den Bosch krijgen eveneens een financiële injectie.

Daarnaast komt er geld beschikbaar om te starten met verkenningen zoals OV-knoop Brainportregio Eindhoven, Oude Lijn Leiden – Dordrecht en doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp. Hierdoor worden belangrijke stappen gezet in de uitbreiding van de spoorse capaciteit.

Station Arnhem Centraal vanuit de lucht
Station Arnhem Centraal vanuit de lucht

Baanstabiliteit en geluidshinder

Om de capaciteit op het spoor voldoende te kunnen uitbreiden is een aantal fundamentele aanpassingen nodig. Onder de noemer ‘Spoorcapaciteit 2030’ investeert het kabinet daarom bijvoorbeeld 585 miljoen euro in onder andere de baanstabiliteit en in geluidsmaatregelen voor omwonenden. Dit vormt de basis om in de toekomst meer treinen over het spoor te kunnen laten rijden.

Ook voor de inzet van langere goederentreinen komt extra geld beschikbaar. Dit maakt het vervoer per spoor goedkoper en draagt bij aan het stimuleren van de verschuiving van vervoer op de weg naar het spoor. Zo is Lage Zwaluwe de verbinding voor het spoorgoederenverkeer tussen het hoofdrailnet en de haven van Moerdijk. Met het realiseren van extra capaciteit voor het faciliteren van treinen met een lengte van 740 meter, kan de groei van het spoorverkeer in Moerdijk tot 2040 plaatsvinden.

Historisch

Volgens Voppen staan er ondanks het historische besluit van vandaag zeker nog andere spoorinvesteringen op de rol. “Denk aan investeringen voor het goederenvervoer, ICT en aanvullende gelden voor baanstabiliteit, overwegen en energievoorziening om een verdere doorgroei van de treindienst te faciliteren. Dit zijn forse investeringen die inzetten op de kracht van het OV voor het verwerken van grote vervoerstromen en de bijdrage van het OV aan de verstedelijkingsopgave. Ook regionaal zijn er zeker nog wensen. Als ProRail hopen we bijvoorbeeld voor alle reizigers in het noorden van het land op korte termijn dat er besluitvorming zal volgen over investeringen in en rondom station Meppel. Dat zou voor een veel betere treinverbinding van en naar het noorden zorgen.”

De investeringen moeten ook maakbaar blijven. Dat vergt voortdurende alertheid en vindingrijkheid van ons allen.

John Voppen CEO bij ProRail

Uitdagingen

Voppen vraagt te midden van de blijdschap over de toegekende investeringen ook aandacht voor de maatschappelijke omstandigheden. “We hebben met uitdagingen te maken die ons werk bemoeilijken. Personeelstekorten, stikstof, problemen met levering van materialen, hoge inflatie, stijgende energiekosten; het zijn zaken waar we als sector en in de breedte van de samenleving alert op moeten zijn, want met geld alleen zijn we er niet. De investeringen moeten ook maakbaar blijven. Dat vergt voortdurende alertheid en vindingrijkheid van ons allen.”

Meer over:

Meer nieuws

Spoorwerkcheck

Woon of werk je binnen 300 meter van het spoor? Maak dan gebruik van onze spoorwerkcheck. Je ziet direct welke werkzaamheden in jouw buurt gepland staan.

Dit veld is verplicht en accepteert alleen cijfers en letters

Dit veld is verplicht en accepteert alleen cijfers