180 jaar spoor: Elektrificatie van het spoor

In de derde aflevering van videoserie '180 jaar spoor: de historie' blikt ProRail terug op de tijd van de stoomtreinen en de elektrische treinen. Wanneer en waarom is het spoor geëlektrificeerd? En wat betekende dit voor onze spoorwegen? Kijk mee!

De elektrificatie van het spoor - Aflevering 3 van ‘180 jaar spoor: de historie'

Eerste geëlektrificeerde spoorlijn

Op 1 oktober 1908 werd de eerste geëlektrificeerde spoorlijn van Nederland in gebruik genomen: de Hofpleinlijn van Rotterdam naar Scheveningen en Den Haag Holland Spoor. Deze spoorlijn werd door de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (ZHESM) aangelegd en voorzien van 10 kV wisselstroom. Op dit moment zijn de spoorlijnen in Nederland geëlektrificeerd met 1500 Volt gelijkstroom op het reizigersnet en 25kV (=25.000 Volt) wisselstroomspanning op de Betuweroute en HSL.

Besluit elektrificatie 

In 1922 koos de Nederlandse overheid voor elektrificatie van het spoornetwerk. Elektrische treinen konden namelijk sneller accelereren en remmen dan de logge stoomtreinen, waardoor de frequentie van het aantal treinen omhoog kon. In 1927 werd de Oude Lijn van Amsterdam naar Rotterdam 'onder de draad gebracht'. Deze elektrificatie was direct een doorslaand succes: de rijtijd ging omlaag, er gingen meer elektrische treinen rijden en er werd bespaard op treinpersoneel, onderhoud en energie. 

Grote elektrificatie 

Na de Tweede Wereldoorlog werd een groot programma opgezet om alle belangrijke spoorlijnen te elektrificeren. Tegelijkertijd werd een groot deel van de schade en het achterstallig onderhoud van de oorlogsjaren hersteld. Dit was een belangrijk aspect van de modernisering van de Nederlandse infrastructuur in de jaren vijftig.

Laatste stoomtrein

In 1958 werd de grote elektrificatie afgerond en reed ook de laatste stoomlocomotief. Nederland was hiermee het eerste land dat afscheid nam van de stoomtreinen op het reizigersnet. Op de overgebleven niet-geëlektrificeerde trajecten bleven dieseltreinen rijden. Tussen 1960 en 2000 is nog een aantal baanvakken geëlektrificeerd, waardoor er nu nog een beperkt aantal diesellijnen overgebleven is. 

2030: meer treinen

Op dit moment bereiden we ons voor op de toename van het aantal treinen en reizigers. We verwachten een groei van 30 procent in de komende tien jaar. Momenteel wordt inzichtelijk gemaakt welke knelpunten in de energiehuishouding ontstaan als er meer treinen gaan rijden. Sven Gruters, systeemspecialist energievoorziening bij ProRail: "De enorme toename aan treinen betekent dat er meer energie nodig is. De kans is groot dat de benodigde energie deels toegeleverd zal worden door wind- en zonne-energie. Hierop bereiden we ons nu voor."

Voorbereiden op 2030

Sven: "Ook kijken we hoe oplossingen zoals het opslaan van energie in accu’s in en naast het spoor, 3kV, het terugwinnen van remenergie van de trein, en minder koper in de bovenleidingsvoorzieningen kunnen bijdragen aan het mogelijk maken van meer treinverkeer. Het inwinnen van data om onderhoud beter in te kunnen plannen, gaat ons ook helpen om zo'n druk bereden netwerk te houden. Zo staan we als ProRail voor een mooie uitdaging om duurzaam vervoer in de toekomst mogelijk te maken en die uitdaging gaan we graag aan!" 

Gepubliceerd op